Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB3377

Rechtbank 's-Gravenhage · 30-08-2007 · zaaknummer AWB 06/9644/IB/PVV

Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Formeel recht. Verweerder heeft bij de definitieve aanslagregeling inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen minder loonheffing verrekend dan het bedrag aan loonheffing dat eiser in zijn aangifte heeft aangegeven. Eiser heeft in zijn bezwaarschrift te kennen gegeven niet te begrijpen hoe de aanslag was berekend. Tevens heeft hij verzocht om een gesprek om de gehele aangifte door te nemen zodat hij eventuele fouten kon corrigeren. Vervolgens heeft er een gesprek plaatsgevonden tussen eiser, zijn echtgenote en medewerker C van de Belastingdienst. Na dit gesprek heeft eiser verzocht om een gesprek met een andere medewerker omdat hij C niet kon verstaan. Van de toelichting die C in het gesprek met eiser heeft willen geven, heeft eiser naar eigen zeggen weinig begrepen. Vervolgens heeft medewerker C, zonder dat er een nader gesprek heeft plaatsgevonden, uitspraak op bezwaar gedaan. In geschil is of de aanslag dient te worden verminderd. Naar het oordeel van de rechtbank is het verzoek om een gesprek een verzoek om te worden gehoord als bedoeld in artikel 25, vierde lid, AWR. Het op het verzoek volgende gesprek kan echter niet als een hoorgesprek in de zin van afdeling 7.2. van de Awb worden aangemerkt, nu daarin, naar eiser vrijwel onmiddellijk na het gesprek aan verweerder heeft medegedeeld en verweerder niet heeft weersproken, geen communicatie tussen verweerder en eiser over het bestreden besluit tot stand heeft kunnen komen doordat de ambtenaar die het gesprek namens verweerder voerde, niet verstaanbaar was. Verweerder heeft vervolgens verzuimd eiser te horen op een wijze die wél aan de daaraan in de Awb gestelde eisen voldoet. De rechtbank acht aannemelijk dat eiser door deze schending is benadeeld. Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat geenszins vaststaat dat over de relevante feiten en omstandigheden tussen partijen (uiteindelijk) geen verschil van mening bestaat. Op deze grond vernietigt de rechtbank het bestreden besluit. Nu eiser niet ter zitting is verschenen heeft hij zich niet kunnen uitlaten over de vraag of hij er prijs op stelt dat de rechtbank zelf in de zaak voorziet. De rechtbank wijst de zaak derhalve terug naar verweerder. Verweerder dient opnieuw uitspraak op het bezwaar van eiser te doen, doch niet dan nadat eiser op de juiste wijze is gehoord. Het beroep is gegrond.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Belastingdienst [te P]

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Belastingdienst [te P]

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.