Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BB0256

Rechtbank 's-Gravenhage · 13-07-2007 · zaaknummer AWB 06/52125, 06/52126

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Middelenvereiste / art. 8 EVRM / fair balance Eiseres en haar kinderen zijn ingereisd met geldige mvv’s. Aan alle voorwaarden voor gezinshereniging was voldaan. Op het moment dat de aanvraag om een verblijfsvergunning werd ingediend was referent echter net zijn baan kwijtgeraakt. De vraag die voorligt is of de weigering om aan eiseres en haar kinderen een verblijfsvergunning te verlenen strijd oplevert met artikel 8 van het EVRM. Niet in geschil is dat referent ten tijde van het bestreden besluit niet aan het middelenvereiste voldeed. Nu eiseres en haar kinderen een mvv is verleend, is toestemming gegeven om naar Nederland af te reizen en hier te lande een aanvang te maken met het uitoefenen van het gezinsleven. De situatie is daarom vergelijkbaar met die waarin een verblijfsvergunning is verleend. Verweerder heeft zich daarom ten onrechte op het standpunt gesteld dat van een situatie van inmenging geen sprake is. Uit jurisprudentie van het EHRM, onder meer het arrest Kostantinov vs Nederland van 25 april 2007 (JV 2007, 251), kan worden afgeleid dat het Hof het onderscheid tussen inmenging enerzijds en positieve verplichting anderzijds steeds meer relativeert. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om niet in te gaan op de vraag of verweerder een juiste belangenafweging heeft gemaakt. De door verweerder als asielgerelateerd gekwalificeerde omstandigheden zijn onvoldoende bij deze belangenafweging betrokken, terwijl die omstandigheden wel relevant zijn voor beoordeling van de vraag of er overwegende belemmeringen zijn om het gezinsleven in het land van herkomst uit te oefenen. Verder is uit de in beroep overgelegde stukken gebleken dat referent wederom over werk beschikt; de in bezwaar uitgesproken verwachting dat de werkloosheid tijdelijk zal zijn, is een realistische verwachting gebleken. Gelet op hetgeen in bezwaar was aangevoerd waren er aanknopingspunten aanwezig op grond waarvan kon worden geconcludeerd dat deze werkloosheid waarschijnlijk tijdelijk zou zijn. Verweerder heeft het tijdelijk gebrek aan middelen bij de belangenafweging niet doorslaggevend mogen achten en niet voorbij mogen gaan aan het gedwongen karakter van de scheiding tussen referent en eiseres en haar kinderen. Geen fair balance. Beroep gegrond wegens schending van artikel 8 van het EVRM.

Advocaten

Partijen

  • Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

    verweerder · onbekend

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.