Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9405

Rechtbank 's-Gravenhage · 13-06-2007 · zaaknummer AWB 06/59042

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afdracht belastingpremies / verificatie Verweerder heeft zich op het standpunt gesteld dat in geval van twijfel over de vraag of belastingpremies zijn afgedragen, verweerder eerst indien is aangetoond dat sprake is van het (verschoonbaar) niet kunnen overleggen van bepaalde stukken, aanleiding kan zien om zelf over te gaan tot verificatie bij de Belastingdienst. De rechtbank stelt vast dat dit standpunt niet overeenkomt met het beleid zoals dat is geformuleerd in paragraaf B1/2.2.3 van de Vc 2000. De rechtbank leidt uit de tekst daarvan af dat in geval van twijfel op de weg van verweerder ligt om te verifiëren of er premies zijn afgedragen. Weliswaar ligt het in beginsel op de weg van de aanvrager alle voor de beoordeling van zijn aanvraag benodigde stukken over te leggen, dat neemt echter niet weg dat indien uit de overgelegde stukken niet genoegzaam is af te leiden dat er door de werkgever belasting wordt afgedragen, verweerder in zijn beleid heeft aangegeven dat het op zijn weg ligt daar uitsluitsel over te verkrijgen. Zoals weergegeven in de brief van verweerder van 20 maart 2007, is niet in geschil dat in de onderhavige zaak sprake was van twijfel. Nu verweerder in gebreke is gebleven zelf tot verificatie over te gaan, is het besluit genomen in strijd met artikel 4:84 Awb, waarin is bepaald dat verweerder handelt overeenkomstig de beleidsregel. Hieruit volgt eveneens dat het bestreden besluit op dit punt ondeugdelijk is gemotiveerd. Voorts staat ter beoordeling of verweerder in bezwaar van het horen van eiseres en/of referent heeft mogen afzien. Uitgangspunt is dat er in bezwaar een hoorplicht bestaat, tenzij zich één van de uitzonderingen als genoemd in artikel 7:3 van de Awb voordoet. Er is sprake van een kennelijk ongegrond bezwaar, als bedoeld in artikel 7:3, onder b, van de Awb, wanneer uit het bezwaarschrift zelf reeds aanstonds blijkt dat de bezwaren van de indiener ongegrond zijn en er redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is over die conclusie. In het licht van hetgeen hiervoor is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat verweerder zich ten onrechte op het standpunt heeft gesteld dat die situatie zich hier voordeed.

Advocaten

  • F. Kilic
  • I. PROCESVERLOOP
  • J.M.K. Frijters

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.