ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9353
Rechtbank 's-Gravenhage · 09-07-2007 · zaaknummer AWB 07/27572
Inhoudsindicatie
Vreemdelingenbewaring / connexiteit / feitelijke uitzetting Ingevolge artikel 72, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) wordt met een beschikking tevens gelijkgesteld een handeling van een bestuursorgaan ten aanzien van een vreemdeling als zodanig. Derhalve kan de feitelijke uitzetting van een vreemdeling door verweerder worden aangemerkt als een beschikking als bedoeld in artikel 1:3, tweede lid, van de Awb waartegen rechtsmiddelen openstaan. Gebleken is dat de gemachtigde van verzoekster op 6 juli 2007 heeft verzocht om een voorlopige voorziening teneinde de uitzetting van verzoekster te voorkomen, welke staat gepland op dinsdag 10 juli 2007 om 12:30 uur, en dat verzoekster in de gelegenheid wordt gesteld haar reeds tegen de vreemdelingenbewaring ingestelde beroep bij te wonen ter zitting van dinsdag 10 juli 2007 om 11:30 uur. De voorzieningenrechter stelt vast dat, gelet op het verzoekschrift, het onderhavige verzoek zich kennelijk richt tegen de feitelijke uitzetting van verzoekster naar Suriname. Uit het bepaalde in artikel 8:81, eerste lid, van de Awb vloeit voort dat een verzoek om een voorlopige voorziening alleen mogelijk is als tegelijkertijd tegen hetzelfde besluit een bezwaar- of beroepschrift aanhangig is. Op 6 juli 2007 heeft de gemachtigde van verzoekster telefonisch aangegeven dat het onderhavige verzoek connex is aan het beroep gericht tegen de oplegging van de maatregel tot vreemdelingenbewaring. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter wordt hiermee miskend dat de feitelijke uitzetting van verzoekster zelfstandig, namelijk met toepassing van artikel 72, derde lid, van de Vw 2000, met rechtsmiddelen kan worden bestreden. Het beroep tegen de maatregel tot vreemdelingenbewaring strekt immers slechts tot opheffing van de vreemdelingenbewaring en heeft geen betrekking op de feitelijke uitzetting. In het onderhavige geval is niet gebleken dat verzoekster tegen de feitelijke uitzetting bezwaar heeft gemaakt bij verweerder, zodat de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening bij gebrek aan connexiteit met een bodemprocedure bij de rechtbank niet-ontvankelijk zal verklaren.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
