ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9342
Rechtbank 's-Gravenhage · 29-06-2007 · zaaknummer Awb 07/21304
Inhoudsindicatie
Verdrag van Dublin / beroep / overname / terugname Eiser stelt dat verweerder ten onrechte uit is gegaan van terugname als bedoeld in artikel 16, eerste lid, aanhef en onder e, Vo 343/2003. Eiser vraagt zich tevens af of verweerder zich aan de termijnen heeft gehouden, nu niet duidelijk is wanneer het verzoek tot terugname – volgens eiser een verzoek tot overname – aan Oostenrijk is verzonden. Hij stekt daardoor in zijn procedurele belangen te zijn geschaad. De rechtbank overweegt dat uit het Eurodaconderzoek van 23 maart 2007 is gebleken dat eiser op 7 december 2006 een asielverzoek heeft ingediend bij de Oostenrijkse autoriteiten. Verweerder heeft op grond van dat gegeven een terugnameverzoek als bedoeld in artikel 16, eerste lid, aanhef en onder e, Vo 343/2003 gedaan bij Oostenrijk. De Oostenrijkse autoriteiten hebben het verzoek geaccepteerd op grond van artikel 13 Vo 343/2003. Artikel 13 Vo 343/2003 legt de verantwoordelijkheid voor de behandeling van een asielverzoek in het daar bedoelde geval bij de lidstaat waar het verzoek het eerst werd ingediend. Daaruit volgt dat het asielverzoek door die lidstaat nog niet in behandeling is genomen, zodat artikel 16, eerste lid, aanhef en onder c, d en e toepassing mist. Van terugname is (nu zich evenmin een geval als bedoeld in artikel 4, vijfde lid Vo 343/2003 voordoet) daarom geen sprake. Voor dat standpunt pleit verder dat artikel 13 Vo 343/2003 niet wordt genoemd in de aanhef van artikel 20, eerste lid, Vo 343/2003. Eiser wordt in zoverre gevolgd in zijn betoog. Dit doet echter niet af aan het feit dat de afwijzingsgrond van zijn asielverzoek niet verandert, maar nog steeds is gebaseerd op artikel 30, eerste lid, onder a, Vw 2000. Ten aanzien van eisers opmerking dat verweerder zich mogelijk niet aan de termijnen heeft gehouden, overweegt de rechtbank als volgt. Op grond van artikel 17, eerste lid, Vo 343/2003 wordt een verzoek om overname zo spoedig mogelijk en in ieder geval binnen drie maanden na de indiening van het asielverzoek gedaan, bij gebreke waarvan de lidstaat waarbij het asielverzoek is ingediend verantwoordelijk is voor de behandeling ervan. Tussen de indiening van het asielverzoek op 23 maart 2007 en de indiening van het verzoek om overname op 2 mei 2007 is een periode van minder dan drie maanden verstreken, zodat het verzoek om overname tijdig is ingediend. De rechtbank ziet niet in dat en op welke wijze eiser in zijn processuele belangen is geschaad. Het beroep faalt daarom op dit punt. Eisers beroep dat verweerder er ten onrechte van uitgaat dat Oostenrijk het interstatelijk vertrouwensbeginsel eerbiedigt, wordt door de rechtbank niet gevolgd, even als eisers beroep op medische omstandigheden.
Rechters
Advocaten
- T.H. Meeuwis
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
