ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9217
Rechtbank 's-Gravenhage · 05-07-2007 · zaaknummer AWB 07/26976
Inhoudsindicatie
Schengengrenscode / Koninklijke Marechaussee / détournement de pouvoir / vertrouwensbeginsel Ingevolge artikel 13, eerste lid, van de SGC wordt een onderdaan van een derde land, indien hij niet voldoet aan alle in artikel 5, eerste lid, vermelde toegangsvoorwaarden, en niet tot de in artikel 5, vierde lid, genoemde categorieën personen behoort, de toegang tot het grondgebied van de lidstaten geweigerd. Uit het proces-verbaal van bevindingen blijkt dat tijdens de grenscontrole twijfel ontstond of verzoekster voldeed aan de voorwaarden voor toegang. Zij was niet in het bezit van passende documentatie waaruit het doel en de omstandigheden van het verblijf blijken, zoals vereist ingevolge artikel 7, derde lid, sub a, onder iv en v, van de SGC. Uit het proces-verbaal van bevindingen volgt ook dat verzoekster bij aankomst in Nederland in bezit was van € 30,00 en een vliegticket geldig voor 90 dagen. De voorzieningenrechter is van oordeel dat dit bedrag voor Nederland onvoldoende geacht kan worden om zichzelf gedurende twee maanden te kunnen onderhouden. De ambtenaren van de Kmar konden in casu voorts redelijkerwijs concluderen dat verzoekster het doel en de omstandigheden van haar verblijf in Nederland niet deugdelijk had aangetoond. De Kmar kon het met name bevreemdend achten dat de garantsteller tijdens telefonische verificatie niet direct wist wie bij hem op bezoek zou komen in Nederland en dat hij niet op de hoogte bleek van de voornaam van verzoekster. Daarnaast was er onduidelijkheid over de verschillende genoemde adressen en over de personen die verzoekster zouden komen afhalen. In dezen is bepalend de situatie zoals die zich ten tijde van de grenscontrole voordeed en die was allerminst helder. Gelet op de relevante bepalingen uit de SGC rustte op verzoekster de verplichting om bij de grenscontrole het doel en de omstandigheden van haar verblijf deugdelijk aan te tonen. Zo geldt ingevolge bijlage 1 bij de SGC dat bij toeristische of privé-reizen in geval van verblijf bij een gastheer de verplichting om de uitnodiging door deze gastheer te tonen als document ter staving van het voldoen aan de toegangsvoorwaarden. Aan deze verplichting heeft verzoekster niet dan wel slechts uiterst gebrekkig voldaan. Een achteraf bezien mogelijk onjuiste beoordeling van de situatie op dat moment door de Kmar dient onder de geschetste omstandigheden dan ook voor risico van verzoekster te blijven. De omstandigheid dat door de Nederlandse ambassade te Accra een visum kort verblijf was afgegeven aan verzoekster, waartoe reeds een strenge controle door het ministerie van Buitenlandse Zaken had plaatsgevonden met betrekking tot eventueel vestigingsgevaar en het beschikken over voldoende middelen van bestaan, doet aan het voorgaande niet af. Het gaat hier om controles door verschillende bestuursorganen op grond van eigen wettelijke bevoegdheden en verplichtingen. De voorzieningenrechter acht de grenscontrole door ambtenaren van de Kmar op grond van artikel 7 van de SGC dan ook niet in strijd met het gestelde verbod van détournement de pouvoir als genoemd in artikel 3:3 van de Awb, noch acht de voorzieningenrechter het weigeren aan verzoekster van toegang tot Nederland op grond van artikel 13, eerste lid juncto artikel 5 van de SGC in strijd met het vertrouwensbeginsel.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
