ECLI:NL:RBSGR:2007:BA9052
Rechtbank 's-Gravenhage · 09-07-2007 · zaaknummer 09/753440-06 ; 09/037516-04 (tul)
Inhoudsindicatie
Gekwalificeerde doodslag en diefstal dan wel pogingen daartoe. Verdachte is op een avond naar de woning van het slachtoffer - een bekende van verdachte - gegaan en heeft haar met een mes of ander scherp en puntig voorwerp vele malen in de hals en haar bovenlichaam gestoken, waarna hij haar met een zwaar/hard voorwerp op het hoofd heeft geslagen. Het slachtoffer is aan de gevolgen van de messteken overleden. Vervolgens heeft de verdachte onder meer de pinpas van het slachtoffer en sieraden ontvreemd. Een maand eerder had verdachte, toen hij bij het slachtoffer op bezoek was, ook al haar portemonnee met daarin onder meer haar pinpas gestolen en een bedrag van € 1.000,00 gepind. Verdachte heeft geweigerd zijn (volledige) medewerking te verlenen aan het onderzoek omtrent zijn persoonlijkheid van de Forensisch Psychiatrische Dienst. Verdachte is onderzocht in het Pieter Baan Centrum (PBC). Omdat verdachte heeft geweigerd te spreken over de ten laste gelegde feiten en een aantal andere levensfeiten, kon een aantal onderzoeksvragen onmogelijk worden beantwoord en kon het onderzoekend team niet anders dan tot een volledige toerekeningsvatbaarheid van verdachte komen. De rapporteurs sluiten niet uit dat tot een andere mate van toerekeningsvatbaarheid zou worden besloten indien meer informatie ter beschikking zou staan. Er is geen advies gegeven tot een behandeling in een strafrechtelijk kader. De rechtbank acht het onaanvaardbaar indien een verdachte, uitsluitend door niet mee te werken aan onderzoeken naar zijn persoonlijkheid, een tbs-maatregel kan ontgaan. De rechtbank acht voldoende aannemelijk dat verdachte ten tijde van het begaan van het misdrijf leed aan een ziekelijke stoornis van zijn geestvermogens. Herhaling van een, tegen een ander gerichte, ernstige agressieve uitbarsting valt niet uit te sluiten. Bij verdachte is sprake van een - in frequentie en ernst - opklimmende reeks geweldsmisdrijven. De rechtbank komt tot het oordeel dat bij verdachte tijdens het begaan van het onder 1 subsidiair ten laste gelegde - een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van vier jaren of meer is gesteld - een gebrekkige ontwikkeling en een ziekelijke stoornis van de geestvermogens bestond en dat de veiligheid van anderen het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling eist. De rechtbank legt naast een gevangenisstraf van lange duur (12 jaar met aftrek), de maatregel van terbeschikkingstelling met dwangverpleging op.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
Partijen
[getuige 3]
verdachte · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
