Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8812

Rechtbank 's-Gravenhage · 05-06-2007 · zaaknummer AWB 06 / 38308

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Toetsingskader / geloofwaardigheid asielrelaas / positieve overtuigingskracht / realiteitsgehalte vermoedens van vrees Verweerder acht de door eiser in zijn asielrelaas naar voren gebrachte feiten geloofwaardig, maar is niettemin van oordeel dat het asielrelaas ongeloofwaardig is omdat eiser niet heeft voldaan aan de verplichting van artikel 31, tweede lid, aanhef en onder c, Vw en zijn asielrelaas positieve overtuigingskracht ontbeert. De conclusie dat het asielrelaas positieve overtuigingskracht ontbeert, berust met name op een beoordeling door verweerder van het realiteitsgehalte van de door eiser aan zijn gestelde feiten ontleende vermoedens dat hij bij terugkeer naar zijn land van herkomst te vrezen heeft voor vervolging door de Turkse autoriteiten. Blijkens het bepaalde in C1/3.2.3 Vc beoordeelt verweerder de vraag of van een asielrelaas positieve overtuigingskracht uitgaat aan de hand van de vraag of in het asielrelaas hiaten, vaagheden, ongerijmde wendingen of tegenstrijdigheden op het niveau van de relevante bijzonderheden voorkomen. De rechtbank kan, zonder nadere motivering, deze beleidsregel niet anders begrijpen dan dat die betrekking heeft op de beoordeling van de door de vreemdeling in zijn asielrelaas naar voren gebrachte feiten en ziet niet in dat die beleidsregel ook betrekking heeft op de beoordeling van het realiteitsgehalte van de door de vreemdeling aan die feiten ontleende vermoedens over wat hem als gevolg daarvan bij terugkeer aan behandeling te wachten staat. De stelling van verweerders gemachtigde ter zitting dat ook los van de beoordeling van de positieve overtuigingskracht van het asielrelaas dat relaas, gelet op de beoordeling door verweerder van eisers vermoedens van vrees voor de Turkse autoriteiten, ongeloofwaardig is, kan voormelde ondeugdelijkheid van de motivering van het bestreden besluit niet helen. Daarbij acht de rechtbank van belang dat wanneer wordt uitgegaan van de positieve overtuigingskracht van het asielrelaas, onduidelijk is wat nog de betekenis is van de tegenwerping van een omstandigheid als bedoeld in artikel 31, tweede lid, aanhef en onder a tot en met f, Vw. Beroep gegrond.

Rechters

Advocaten

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.