ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8798
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-04-2007 · zaaknummer AWB 07 / 14101, AWB 07 / 14100, AWB 07 / 14099
Inhoudsindicatie
Geloofwaardigheid asielrelaas / verklaringen in eerdere procedure / onderzoeksplicht verweerder De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerder niet conform het bepaalde in C1/3.2.3 Vc heeft beoordeeld of van het relaas dat verzoekster aan haar onderhavige aanvraag ten grondslag heeft gelegd, een positieve overtuigingskracht uitgaat, maar heeft volstaan met een vergelijking van dat relaas met de verklaringen in haar eerste procedure. Dit levert per definitie tegenstrijdigheden op. Die wijze van beoordelen komt er bovendien op neer dat een asielzoeker, die eerder onjuiste verklaringen heeft afgelegd, hoe laakbaar ook, niet de gelegenheid heeft om daarop met (gesteld) juiste verklaringen terug te komen. Verweerder heeft dan ook gehandeld in strijd met zijn beleid. Verweerder heeft terecht gesteld dat het in de eerste plaats aan verzoekster zelf is om haar herkomst aannemelijk te maken. Voorts kan verweerder worden gevolgd in zijn stelling ter zitting dat, nu verzoekster eerder verklaard heeft uit Angola afkomstig te zijn, van haar thans een grotere inspanning verwacht mag worden om aannemelijk te maken dat zij uit de DRC afkomstig is. Verweerder kan evenwel niet worden gevolgd in zijn overweging dat, nu verzoekster zich bediend heeft van verschillende identiteiten en nationaliteiten, niet valt in te zien dat zij door verweerder geïnitieerd onderzoek in de gelegenheid gesteld moet worden haar nationaliteit aannemelijk te maken. Het gegeven dat verzoekster bij haar eerste aanvraag een onjuiste nationaliteit heeft opgegeven ontslaat verweerder immers niet van de verplichting te beoordelen of verzoekster de thans opgegeven nationaliteit aannemelijk heeft gemaakt. Verzoekster heeft haar herkomst uit de DRC onderbouwd door een van haar personalia voorziene Congolese identiteitskaart over te leggen. Weliswaar blijkt uit een proces-verbaal van bevindingen van de Koninklijke Marechaussee van 27 maart 2007 dat dit document mogelijk (cursief: rechtbank) niet door de bevoegde autoriteit is opgemaakt, maar daar staat tegenover dat door verzoekster is aangegeven dat zij de talen Lingala en Frans spreekt, haar gemachtigde heeft gewezen op haar Congolese tongval en verzoekster een schriftje heeft overgelegd, waarin zij religieuze teksten in de Franse taal heeft genoteerd. Bij deze stand van zaken heeft verweerder zich niet zonder nader onderzoek op het standpunt kunnen stellen dat ongeloofwaardig is dat verzoekster uit de DRC afkomstig is. Het besluit wordt vernietigd wegens strijd met de artikelen 3:2 Awb en 4:84 Awb.
Rechters
Advocaten
- J.J. Hofland
- J.M. Wals
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
