ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8765
Rechtbank 's-Gravenhage · 28-06-2007 · zaaknummer AWB 06/62883
Inhoudsindicatie
Iran / Christenen / art. 1F Vlv / art. 3 EVRM / ongewenstverklaring / mensensmokkel Eiser is afkomstig uit Iran en is bekeerd tot het christendom. Eiser is in Nederland veroordeeld wegens mensensmokkel. Op grond van deze veroordeling heeft verweerder aan eiser artikel 1F, onder b, Vlv tegengeworpen. Tevens is eiser ongewenst verklaard. De rechtbank is van oordeel dat eiser, ondanks het besluit tot ongewenstverklaring van 20 december 2006, belang heeft bij de beoordeling van onderhavig beroep tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Anders dan in de door verweerder aangehaalde uitspraak van de AbRS van 6 juli 2006 is eiser ongewenst verklaard in het belang van de internationale betrekking als bedoeld in artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, Vw. Op grond van het beleid bestaat een direct oorzakelijk verband tussen de tegenwerping van artikel 1F van het Vlv in de procedure tot verkrijging van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en de ongewenstverklaring van eiser. De tegenwerping van artikel 1F Vlv in het kader van het besluit naar aanleiding van de asielaanvraag gaat -ook in onderhavige procedure- aan het besluit tot ongewenstverklaring vooraf. Indien de tegenwerping van artikel 1F van het Vlv in het bestreden besluit niet in rechte wordt beoordeeld, zal het besluit onaantastbaar worden en in de procedure waarbij eiser ongewenst is verklaard als vaststaand hebben te gelden. Voorts zal de tegenwerping van artikel 1F van het Vlv vanwege de asielgerelateerdheid ervan niet in een reguliere procedure inzake het besluit tot ongewenstverklaring kunnen worden getoetst. De onderhavige asielprocedure is naar het oordeel van de rechtbank derhalve de procedure waarin de tegenwerping van artikel 1F van het Vlv beoordeeld dient te worden. Eiser heeft derhalve procesbelang bij het onderhavige beroep. Niet in geschil is dat eiser is veroordeeld wegens mensensmokkel. De rechtbank volgt het standpunt van verweerder echter niet dat eiser zich schuldig heeft gemaakt aan een ernstig, niet-politiek misdrijf, begaan buiten het land van toevlucht, voordat hij tot dit land als vluchteling is toegelaten, zoals omschreven in artikel 1F, onder b, van het Vlv. Er is weliswaar sprake van een niet politiek misdrijf, maar uit het vonnis valt af te leiden dat eiser vanuit Nederland de gedragingen heeft verricht waarvoor hij is veroordeeld. Reeds hierom kan artikel 1F, onder b, van het Vlv niet aan eiser worden tegengeworpen, aangezien op grond van dit artikel is vereist dat het misdrijf moet zijn begaan buiten het land van toevlucht. Het beroep is dan ook gegrond en zal worden vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel.
Advocaten
- C.A.J.M. Snijders
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
de Staatssecretaris van Justitie, voorheen de Minister van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
de Staatssecretaris van Justitie, voorheen de Minister van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
