Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8632

Rechtbank 's-Gravenhage · 14-06-2007 · zaaknummer AWB 06/13261 en AWB 06/13262

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Bewijslastverdeling asielrelaas Eisers zijn strafrechtelijk vervolgd vanwege (vermeende) betrokkenheid bij de TKEP/L en voorwaardelijk vrijgelaten wegens gebrek aan bewijs. Verweerder heeft de door eisers naar voren gebrachte feiten geloofwaardig geacht, met uitzondering van het feit dat hun rechtszaak nog steeds aanhangig is in Turkije. Hiertoe heeft verweerder overwogen dat zij niet middels originele stukken uit hun strafdossier hebben onderbouwd dat zij thans nog onderwerp zouden zijn van strafrechtelijke vervolging. De rechtbank stelt voorop dat uit het in C1/3.2.2. van de Vc 2000 neergelegde beleid blijkt, dat niet van de vreemdeling wordt verwacht dat hij de gestelde feiten met dusdanig bewijsmateriaal onderbouwt, dat de door hem gestelde feiten als vaststaand moeten worden aangenomen. Voldoende is dat hij met bewijsmateriaal komt, waardoor de feiten als aannemelijk kunnen worden beschouwd. Dat eisers, gelet op artikel 153 van het Turkse Wetboek van Strafvordering, kosteloos afschriften uit hun strafdossier zouden kunnen verkrijgen, betekent dan ook niet dat zij enkel vanwege het ontbreken daarvan niet aan de op hen rustende bewijslast zouden voldoen. Daarbij is van belang dat eisers uitgebreide verklaringen hebben afgelegd en een groot aantal stukken ter onderbouwing van hun verklaringen hebben overgelegd. Uit de door eisers overgelegde verklaringen van hun advocaten blijkt dat de strafvervolging van eisers, ondanks hun voorlopige vrijlating wegens gebrek aan bewijs, is voortgezet. De rechtbank is van oordeel dat, nu eisers met voornoemde verklaringen volgens verweerder niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij ook thans nog zijn onderworpen aan strafrechtelijk vervolging, het in het licht van de in C1/3.2.2. van de Vc 2000 neergelegde bewijslastverdeling op de weg van verweerder had gelegen om op dit punt nader onderzoek te verrichten. Door dit na te laten heeft verweerder onzorgvuldig gehandeld. Daar komt nog bij dat verweerder niet heeft aangegeven door middel van welke stukken uit het strafdossier eisers aannemelijk zouden kunnen maken dat zij thans nog steeds zijn onderworpen aan strafrechtelijke vervolging. Verweerder heeft aldus niet in redelijkheid overwogen dat eisers niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij thans nog zijn onderworpen aan strafrechtelijke vervolging. Beroep gegrond.

Rechters

Advocaten

  • I. PROCESVERLOOP
  • J.M. Langenberg
  • W.A. Kleingeld

Partijen

  • Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

    verweerder · onbekend

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.