Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8012

Rechtbank 's-Gravenhage · 26-04-2007 · zaaknummer AWB 06/53490

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Iran / bekering tot het christendom / minimum aan kennisniveau / criteria Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder zijn oordeel omtrent de onaannemelijkheid van de door eiser gestelde bekering niet in redelijkheid (overwegend) mogen laten afhangen van een beoordeling van de mate van juistheid waarmee eiser de hem gestelde zeer feitelijke vragen heeft beantwoord, nu zulks op zichzelf geen uitsluitsel biedt over de geloofsbeleving van eiser en eiser er geen blijk van heeft gegeven in het geheel niet over kennis van het christelijk geloof te beschikken. In dit verband wijst de rechtbank op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 23 september 2003 (JV 2003/500). Voorts is de rechtbank, met eiser, van oordeel dat uit het bestreden besluit onvoldoende blijkt welke criteria verweerder hanteert bij het vaststellen of er sprake is van een bekering en welk kennisniveau daarbij aanwezig geacht mag worden. Uit het voornemen, het bestreden besluit en het verweerschrift volgt dat verweerder als meetlat (met name) de website [naam website] heeft gehanteerd. Zoals blijkt uit het bestreden besluit heeft verweerder de kennis van eiser getoetst aan deze meetlat. De rechtbank is van oordeel dat verweerder met de toetsing aan eerdergenoemde website geenszins een kenbare of voor de rechtbank toetsbare meetlat heeft toegepast. Daartoe acht de rechtbank redengevend dat deze website geheel in het Farsi is opgemaakt. Verweerder heeft geen vertaling van de gebruikte teksten van deze website overgelegd en -ook ter zitting- niet kunnen aangeven aan welke delen c.q. passages van deze website is getoetst. Voorts is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit onvoldoende zorgvuldig is voorbereid nu verweerder ten onrechte geen uitvoering heeft gegeven aan het Wijzigingsbesluit Vreemdelingencirculaire (WBV) van 6 juni 2006 (hierna: WBV 2006/23). Blijkens paragraaf C8/6 van dit WBV wordt het onderzoek naar de geloofwaardigheid van de gestelde feiten opgestart bij het Gemeenschappelijk Centrum Kennis, Advies en Ontwikkeling van de IND. De rechtbank is van oordeel dat noch uit de gehoren, noch uit het bestreden besluit blijkt of degene die eiser vragen heeft gesteld terzake kundig is. Evenmin blijkt uit het bestreden besluit dat verweerder de door eiser gestelde feiten heeft laten onderzoeken door het Gemeenschappelijk Centrum Kennis, Advies en Ontwikkeling van de IND.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.