ECLI:NL:RBSGR:2007:BA8003
Rechtbank 's-Gravenhage · 05-06-2007 · zaaknummer AWB 06/39789
Inhoudsindicatie
Procesbelang / beroep asiel / ongewenstverklaring / art. 3 en 8 EVRM / art. 1(F) vluchtelingenverdrag Deze uitspraak betreft beroep asiel. De rechtbank heeft, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 6 juli 2006 (JV 2006/347), overwogen dat nu in het onderhavige geval de ongewenstverklaring van eiser voortduurt, hij geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn beroep. Ten aanzien van de door eiser aangevoerde grieven betreffende de schending van de artikelen 3 en 8 van het EVRM, alsmede de bepalingen in het Verdrag inzake de rechten van het kind, heeft de rechtbank, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van 13 december 2004, JV 2005, 60, overwogen dat deze grieven in de procedure inzake de ongewenstverklaring kunnen worden ingebracht en beoordeeld. Het beroep is vervolgens niet-ontvankelijk verklaard. Op dezelfde datum heeft de voorzieningenrechter uitspraak gedaan in de voorlopige voorziening hangende bezwaar tegen ongewenstverklaring, waarin deze grieven zijn beoordeeld (zie uitspraak van de voorzieningenrechter van 5 juni 2007, AWB 0639791).
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
