Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7715

Rechtbank 's-Gravenhage · 19-06-2007 · zaaknummer AWB 05/39711

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Artikel 1F Vluchtelingenverdrag / Sarandoy / artikel 3 EVRM risicogroep / Salah Sheekh Eiser heeft gedurende de periode van 1987 tot 1990 als officier gewerkt bij een speciale afdeling (Riasat-e Makhsous) van de Afghaanse politie. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eiser op juiste gronden artikel 1F van het VV heeft tegengeworpen en mitsdien op deze grond terecht eisers verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd heeft ingetrokken. Ten aanzien van eisers beroep op artikel 3 EVRM verwijst de rechtbank naar de uitspraak van de Afdeling van 29 juli 2005 (200502214/1) waarin is geoordeeld dat de enkele omstandigheid dat de vreemdeling lid was van de Sarandoy er niet zonder meer toe noopt dat verweerder door hem aannemelijk gemaakt hoeft te achten dat hij een risico, als bedoeld in artikel 3 EVRM, loopt. Het is aan de vreemdeling om, indien daartoe aanleiding bestaat, met specifieke, hem persoonlijk betreffende feiten of omstandigheden tegenover verweerder aannemelijk te maken dat hij een dergelijk risico loopt, aldus de Afdeling. De rechtbank is van oordeel dat eisers relaas onvoldoende aanknopingspunten bevat voor een risico als hier bedoeld. In dit kader heeft eiser ter zitting nog verwezen naar de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens van 11 januari 2007 (Salah Sheekh, JV 2007, 30) en gesteld dat het Hof in deze uitspraak, anders dan verweerder in het bestreden besluit, met betrekking tot de toetsing aan artikel 3 EVRM, uitgaat van reële voorzienbare risico’s die verbonden zijn aan het behoren tot een bepaalde groep, zonder dat er sprake hoeft te zijn van specifieke individuele kenmerken. Daargelaten of eiser in diens interpretatie van de overwegingen van het Hof dient te worden gevolgd, overweegt de rechtbank dat, bij gebreke van enige onderbouwing van de zijde van eiser dat de voormalige leden van de Sarandoy als zodanig reeds gevaar lopen slachtoffer te worden van mensenrechtenschendingen, eisers beroep op deze uitspraak van het Hof hem niet kan baten. Beroep ongegrond.

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.