Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7677

Rechtbank 's-Gravenhage · 19-06-2007 · zaaknummer AWB 05/56901

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Niet tijdig besluit / ambtshalve besluit / rechterlijk bevel Het ambtshalve besluit van verweerder eiser niet op grond van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000 in het bezit te stellen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking verband houden met verblijf als vreemdeling die buiten schuld niet uit Nederland kan vertrekken is bij uitspraak van 17 juni 2005 vernietigd, met bevel aan verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Thans is door eiser beroep ingesteld tegen het uitblijven van een nieuw besluit. De rechtbank overweegt dat artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb volgens bestendige jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State niet van toepassing is op het uitblijven van een ambtshalve beslissing inzake verlening van een verblijfsvergunning regulier op de voet van artikel 14, eerste lid, aanhef en onder e, van de Vw 2000, omdat daarvoor geen termijn geldt. Verweerders opvatting dat artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb evenmin geldt voor het uitblijven van zo’n ambtelijke beslissing nadat hem daartoe een rechterlijk bevel is gegeven, acht de rechtbank onjuist. Deze opvatting miskent het gezag van de rechterlijke uitspraak, waartegen geen rechtsmiddel is of kon worden ingesteld. De rechtszekerheid brengt met zich dat een bestuursorgaan uitvoering geeft aan een daarin uitdrukkelijk en zonder voorbehoud gegeven rechterlijk bevel. Indien de rechter geen termijn voor de voldoening aan zijn bevel heeft gesteld, brengt de rechtszekerheid met zich dat een bestuursorgaan aan het bevel voldoet binnen een redelijke termijn. Naar het oordeel van de rechtbank was ten tijde van het instellen van beroep door eiser tegen het uitblijven van een nieuw besluit, te weten op 19 december 2005, de redelijke termijn als vorenbedoeld verstreken. Derhalve is er sprake van het niet tijdig nemen van een besluit als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder b, van de Awb en is het beroep ontvankelijk en gegrond. Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens strijd met het beginsel van de rechtszekerheid. Verweerder wordt opgedragen binnen zes weken na verzending uitspraak een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak van 17 juni 2005. Geen oplegging dwangsom.

Advocaten

  • J.M. Walls

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Overheidspartijen

  • Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.