ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7652
Rechtbank 's-Gravenhage · 15-06-2007 · zaaknummer Awb 06/60576
Inhoudsindicatie
Mvv aanvraag / gezinsvorming / artikel 8 EVRM / belangenafweging / nauwe persoonlijke betrekking Naar het oordeel van de rechtbank kan verweerder niet uitsluitend betekenis toekennen aan het standpunt dat referente bij het aangaan van het huwelijk zelf het risico heeft genomen dat zij het gezinsleven niet in Nederland kan uitoefenen, aangezien het EHRM het ontbreken van een verblijfstitel ten tijde van het ontstaan van de familiebanden niet onder alle omstandigheden doorslaggevend acht. In bijzondere gevallen is een nadere afweging van belangen verplicht. Bovendien is de rechtbank van oordeel dat het bestreden besluit geen blijk geeft van het meewegen van het privé-leven van eiser en zijn gezin. Uit het bestreden besluit blijkt immers niet dat verweerder voldoende aandacht heeft besteed aan het feit dat in dit geval sprake is van bijzondere omstandigheden. Zo heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank geen rekening gehouden met het feit dat het minderjarig kind mede is grootgebracht door zijn grootouders van moederszijde, die, met name wanneer referente wegens medische omstandigheden niet in staat was voor haar minderjarig kind te zorgen, de zorg voor hun kleinzoon op zich namen. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat tussen grootouders en kleinkind sprake kan zijn van gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM. De rechtbank verwijst hiervoor naar de uitspraak van de Hoge Raad van 5 juni 1998 (RvdW 1998, 118) waarin overwogen is dat met betrekking tot de term "nauwe persoonlijke betrekking", aangeknoopt dient te worden bij artikel 8 EVRM. Het gezinsleven omvat naar het oordeel van de rechtbank in casu niet alleen het gezin van eiser, doch dient ruimer geïnterpreteerd te worden nu in navolging van bovengenoemde uitspraak van de Hoge Raad een nauwe persoonlijke betrekking is ontstaan tussen grootouders en het kleinkind of een band die tevens kan worden aangemerkt als ‘familiy-life’ in de zin van artikel 8 EVRM. Gelet op het bovenstaande is de rechtbank van oordeel dat in dit geval onvoldoende rekening gehouden is met de belangen van het kind.
Rechters
Advocaten
- J. Hofstede
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN te 's-Gravenhage
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
DE MINISTER VAN BUITENLANDSE ZAKEN te 's-Gravenhage
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
