ECLI:NL:RBSGR:2007:BA7622
Rechtbank 's-Gravenhage · 14-06-2007 · zaaknummer AWB 05/49101
Inhoudsindicatie
Ontvankelijkheid beroep / overschrijding beroepstermijn / verschoonbaarheid De vraag of ten aanzien van het op 2 november 2005 ingediende beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring achterwege dient te blijven, omdat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest, dient bevestigend te worden beantwoord, omdat de toenmalige gemachtigde van eiseres met het door haar getoonde gedrag en handelwijze op niet-ongeloofwaardige wijze heeft ontkend het besluit van 4 mei 2005 te hebben ontvangen. Daarbij is in aanmerking genomen dat deze gemachtigde direct, nadat zij op de hoogte is geraakt van het besluit van 4 mei 2005, contact heeft gezocht met verweerder en diezelfde dag nog beroep heeft ingesteld. Daarbij komt dat de toenmalige gemachtigde blijkens de stukken op 8 juni 2005 nog een brief met aanvullende informatie aan de IND heeft gezonden, met het verzoek deze informatie bij de beoordeling te betrekken. In die aanvullende informatie wordt uitsluitend gewezen op het door verweerder uitgebrachte voornemen. Op die brief is door verweerder niet gereageerd, noch is gewezen op het besluit van 4 mei 2005. De eerstvolgende brief van verweerder aan de toenmalige gemachtigde van eiseres is de schriftelijke reactie van 3 november 2005 op het verzoek van de genoemde gemachtigde van eiseres, om toezending van het gevraagde besluit van 4 mei 2005. In de mededeling in de print van het activiteitenregistratiesysteem van de SRA dat er op 11 mei 2005 een toevoeging is aangevraagd, ziet de rechtbank geen aanknopingspunt voor een ander oordeel. Deze aanvraag van een toevoeging kan eveneens verband houden met de door de toenmalige gemachtigde op 25 april 2005 uitgebrachte zienswijze naar aanleiding van het voornemen van 30 maart 2005. Nu verweerder heeft meegedeeld geen antwoord op de vraag te kunnen geven hoe de tijdige ontvangst van het bestreden besluit door de geadresseerde toch aannemelijk gemaakt kan worden, leidt het voorgaande tot de conclusie dat redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de gemachtigde van eiseres met het indienen van het beroepschrift op 2 november 2005 in verzuim is geweest, zodat niet-ontvankelijkverklaring van het beroep achterwege gelaten dient te worden.
Rechters
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
[eiseres]
eiseres · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
