ECLI:NL:RBSGR:2007:BA6956
Rechtbank 's-Gravenhage · 31-05-2007 · zaaknummer Awb 06/25311
Inhoudsindicatie
1F Vluchtelingenverdrag / ongewenstverklaring / procesbelang De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of eiser, gelet op de jurisprudentie van de ABRS, nog procesbelang heeft bij een beoordeling van het onderhavige beroep. Eiser is immers bij het bestreden besluit ongewenst verklaard. De rechtbank beantwoordt die vraag bevestigend en overweegt daartoe als volgt. Anders dan in de zaak die heeft geleid tot vorengenoemde uitspraak van de ABRS(onder meer de uitspraak van 26 juli 2006, JV 2006,352) is eisers ongewenstverklaring gebaseerd op de overweging dat eiser onder het bepaalde in artikel 1 F VLV valt. Eiser is immers ingevolge artikel 67, eerste lid, aanhef en onder e, Vw 2000, ongewenst verklaard in het belang van de internationale betrekkingen. Voor het antwoord op de vraag of de ongewenstverklaring van eiser op goede gronden heeft plaatsgevonden is derhalve de uitkomst van het onderhavige geschil van doorslaggevende betekenis. De rechtbank voegt daar nog aan toe dat het niet beoordelen van eisers asielaanvraag er toe leidt dat de afwijzing op grond van artikel 1 F VLV in de procedure van eisers ongewenstverklaring als vaststaand feit zal dienen te gelden. Om deze reden kan, naar het oordeel van de rechtbank, ook niet onder verwijzing naar de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State worden geoordeeld dat eiser geen belang heeft bij zijn asielberoep. De rechtbank gaat dan ook over tot een inhoudelijke beoordeling van het geschil.
Rechters
Advocaten
- S.S. Ilahi
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
