ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5857
Rechtbank 's-Gravenhage · 22-05-2007 · zaaknummer AWB 07/19054
Inhoudsindicatie
Eerdere inbewaringstelling / zicht op uitzetting / eerder gebruikte informatie is geen nieuw feit Eiser is op 4 mei 2007 in bewaring gesteld. Vast staat dat eiser eerder in vreemdelingenbewaring is gesteld op 28 augustus 2006. Bij uitspraak van 4 april 2007 is de bewaring door de rechtbank ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Maastricht, opgeheven wegens het ontbreken van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van onder meer 23 februari 2007 (JV 2007/147), overweegt de rechtbank dat, indien, zoals in het onderhavige geval, een eerdere bewaring is opgeheven, omdat geen zicht op uitzetting bestaat, zij bij een volgende inbewaringstelling dient te onderzoeken of, anders dan ten tijde van de opheffing van de eerdere bewaring, sprake is van feiten en omstandigheden, waaruit blijkt dat zulk zicht nu niet ontbreekt. De rechtbank stelt vast dat het paspoort, waarvan verweerder stelt dat dit een nieuw feit of omstandigheid betreft, reeds ten tijde van de eerdere inbewaringstelling ter beschikking stond. Van een eerst in het kader van de onderhavige inbewaringstelling opgekomen nieuw feit of omstandigheden is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake. Dit maakt evenwel nog niet dat reeds daarom zicht op uitzetting van de vreemdeling thans ontbreekt. Bij uitspraak van 27 april 2007 (JV 2006/244) heeft de Afdeling immers geoordeeld dat indien de aan het nieuwe onderzoek ten grondslag liggende informatie ten tijde van de eerdere inbewaringstelling mogelijk reeds ter beschikking stond, doch daar destijds geen gebruik van is gemaakt, niet kan leiden tot het oordeel dat geen sprake is van nieuwe omstandigheden, op grond waarvan zicht op uitzetting thans niet ontbreekt. Dienaangaande overweegt de rechtbank dat een situatie zoals die zich voordoet in laatstgenoemde Afdelingsuitspraak en waarop zijdens verweerder bij fax van 16 mei 2007 een beroep is gedaan, in de onderhavige zaak niet aan de orde is. Weliswaar is sprake van informatie, zijnde eisers paspoort, die ten tijde van de eerdere inbewaringstelling reeds ter beschikking stond, aan de andere voorwaarde dat van deze informatie destijds geen gebruik is gemaakt, wordt niet voldaan. Naar het oordeel van de rechtbank volgt dit onder meer uit eerdergenoemde uitspraak van de rechtbank, nevenzittingsplaats Maastricht, van 4 april 2007, waarin er van wordt uitgegaan dat het betreffende document in het onderzoek is betrokken. Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden, waaruit blijkt dat zicht op uitzetting niet ontbreekt. Het beroep is derhalve gegrond en de bewaring dient met onmiddellijke ingang te worden opgeheven.
Rechters
Advocaten
- I. PROCESVERLOOP Op
- R. Bom
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie te ’s-Gravenhage
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie te ’s-Gravenhage
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
