Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5550

Rechtbank 's-Gravenhage · 23-05-2007 · zaaknummer Awb 06/60571

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Voortgezet verblijf / artikel 7 van het Associatiebesluit 1/80 / samenlevingsvereiste In de tekst van artikel 7 van Besluit 1/80 is geen vereiste van drie jaar samenleven opgenomen. Verweerder mag op grond van de jurisprudentie van het HvJ EG omtrent artikel 7 van Besluit 1/80 in beginsel aan het verblijfsrecht van gezinsleden van Turkse werknemers voorwaarden verbinden, maar enkel om daarmee te waarborgen, dat hun aanwezigheid in overeenstemming is met de geest en de inhoud van artikel 7 van Besluit 1/80, dat wil zeggen dat deze aanwezigheid verband houdt met de gezinshereniging, waardoor de duurzame integratie van het gezin van de Turkse migrerende werknemers in de lidstaat van ontvangst kan worden versterkt. Om die reden en om schijnhuwelijken te vermijden, mag een lidstaat verlangen dat de gezinsleden daadwerkelijk gedurende een bepaalde periode samenwonen. Het door verweerder gestelde vereiste, dat gezinsleden van een Turks werknemer in de zin van Besluit 1/80 drie jaar met deze werknemer dienen samen te wonen, mag derhalve in beginsel worden gesteld. Echter, gezien het oordeel van het HvJ EG in het arrest Kadiman en de overige jurisprudentie van het HvJ EG omtrent (de artikelen van) Besluit 1/80, is de rechtbank van oordeel dat bij het stellen van het samenlevingsvereiste in het individuele geval niet de geest en de inhoud van artikel 7 van Besluit 1/80 uit het oog mag worden verloren, dat wil zeggen dat in het individuele geval moet worden bezien of het vereiste van drie jaar samenleven met de betreffende Turkse werknemer daadwerkelijk in overeenstemming is met de geest en de inhoud van die bepaling. In eisers geval staat vast dat hij door de Nederlandse autoriteiten in Nederland is toegelaten in het kader van gezinshereniging op grond van het feit dat zijn vader een Turks werknemer was in de zin van Besluit 1/80. Tevens staat vast dat eiser op grond van de hiervoor bedoelde toelating gedurende meer dan dertien jaar legaal verblijf heeft gehad in Nederland en dat hij na het overlijden van zijn vader, eveneens op grond van de hiervoor bedoelde toelating, legaal bij zijn moeder en de overige gezinsleden in Nederland is blijven wonen. Naar het oordeel van de rechtbank dient hieruit de conclusie te worden getrokken dat eisers aanwezigheid in Nederland ook na het overlijden van zijn vader verband is blijven houden met de gezinshereniging met zijn vader, Turks werknemer in de zin van Besluit 1/80. Het feit dat eiser geen drie jaar heeft samengeleefd met zijn vader, omdat deze al voordat de termijn van drie jaar was verlopen door een ongeluk om het leven is gekomen, kan eiser naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet worden tegengeworpen en dient te worden aangemerkt als een objectieve omstandigheid die rechtvaardigt dat eiser niet aan dit samenlevingsvereiste heeft voldaan. Verweerder is derhalve op onjuiste gronden tot het besluit gekomen dat eiser geen rechten kan ontlenen aan Besluit 1/80.

Advocaten

  • T. Pondaag

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.