Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5422

Rechtbank 's-Gravenhage · 09-05-2007 · zaaknummer AWB 06/16763 en AWB 06/16765

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Karakter 14-1 aanvraag / asiel of regulier / discretionaire bevoegdheid / weigering te beslissen Na afwijzing van hun asielaanvragen hebben eisers verweerder bij brief van 12 oktober 2003 verzocht de zaak te heroverwegen met gebruikmaking van zijn discretionaire bevoegdheid. Verweerder heeft deze brief aangemerkt als een asielaanvraag. Bij schrijven van 19 december 2005 hebben eisers verweerder erop gewezen dat hun aanvraag niet het karakter heeft van een asielaanvraag maar van een reguliere aanvraag. Bij de aanvraag hebben zij duidelijk de schrijnende omstandigheden en de mate van inburgering beschreven en erop gewezen dat zij nimmer de intentie hebben gehad om een tweede asielverzoek in te dienen omdat er geen sprake is van nieuwe feiten en omstandigheden. Verweerder heeft de aanvraag van eisers niettemin opgevat als herhaalde asielaanvraag en deze aanvraag afgewezen. De rechtbank overweegt dat aan verweerder moet worden toegegeven dat de inhoud van de brief van 12 oktober 2003 bij eerste lezing lijkt te duiden op een verzoek tot heroverweging van de asielbesluiten, maar dat in de brief evenzeer melding wordt gemaakt van feiten en omstandigheden die dateren van na de binnenkomst van eisers in Nederland en die ook overigens in geen enkel opzicht asielgerelateerd zijn. Deze feiten en omstandigheden kunnen daarom niet anders dan als een onderbouwing van gestelde schrijnende omstandigheden worden aangemerkt, temeer daar eisers verweerder hebben verzocht gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid, hetgeen verwijst naar de toepassing van artikel 3.4, derde lid, van het Vb 2000. De rechtbank overweegt dat in een geval als het onderhavige, waarin een zogenaamde 14/1-brief moet worden aangemerkt als een aanvraag, terwijl uit de brief niet heel duidelijk blijkt om welk type aanvraag het daarbij zou moeten gaan, het niet zo mag zijn dat de beoordeling daarvan door verweerder afhankelijk is van de toevallige bewoordingen waarin de betreffende brief is gesteld. De rechtbank acht verder van belang dat eisers in reactie op verweerders mededeling dat de brief van 12 oktober 2003 als een asielaanvraag zou worden opgevat, bij brief van 19 december 2005 uitdrukkelijk hebben aangegeven dat de brief van 12 oktober 2003 als een reguliere aanvraag moet worden aangemerkt en daarbij melding hebben gemaakt van verweerders bevoegdheid ex artikel 3.4, derde lid, van het Vb 2000. De rechtbank is – onder verwijzing naar de uitspraak van de AbRS van 2 maart 2007 (nr. 200608053/1) – van oordeel dat verweerder ten onrechte aan genoemde brief van eisers van 19 december 2005 is voorbijgegaan. De rechtbank concludeert dat de brief van eisers van 12 oktober 2003 een hybride karakter draagt en als gevolg daarvan door verweerder had moeten worden aangemerkt als inhoudende een verzoek om heroverweging van de asielbesluiten teneinde alsnog in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning asiel en voorts tevens, dan wel subsidiair, een verzoek om met gebruikmaking van de discretionaire bevoegdheid ex artikel 3.4, derde lid, van het Vb 2000 een reguliere verblijfsvergunning te verlenen. Tegen die achtergrond moet de reactie van verweerder van 30 december 2005, in combinatie met het uitgebrachte voornemen van 6 februari 2006, tevens worden opgevat als een weigering om een beslissing te nemen op de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning bepaalde tijd regulier, een en ander als bedoeld in artikel 6:2, aanhef en onder a, van de Algemene wet bestuursrecht. Tegen die weigering is door eisers op 2 maart 2006 bezwaar gemaakt bij verweerder en de thans bestreden besluiten moeten aldus mede worden gezien als beslissingen op bezwaar. Voor zover de thans bestreden besluiten dienen te worden aangemerkt als beschikkingen op bezwaar inzake de weigering een beslissing te nemen op de aanvraag van eisers een reguliere verblijfsvergunning te verlenen is de rechtbank van oordeel dat verweerder ten onrechte die weigering in bezwaar heeft gehandhaafd. De beroepen dienen dan ook in zoverre gegrond te worden verklaard. De bestreden besluiten komen voor vernietiging in aanmerking wegens een onjuiste toepassing van artikel 1:3 van de Awb. De rechtbank acht voorts termen aanwezig zelf in de zaak te voorzien in die zin dat het bezwaar van eisers tegen verweerders weigering een beslissing te nemen op de aanvraag van eisers een reguliere verblijfsvergunning te verlenen gegrond wordt verklaard met herroeping van het primaire besluit. Verder zal de rechtbank verweerder opdragen alsnog een besluit te nemen op de aanvraag van eisers hen in aanmerking te brengen voor een reguliere verblijfsvergunning.

Rechters

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.