ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5086
Rechtbank 's-Gravenhage · 08-05-2007 · zaaknummer AWB 07/17226
Inhoudsindicatie
Vreemdelingenbewaring na mislukte uitzetting / termijn uitzettingshandelingen Eiser heeft vanaf 6 juli 2005 in bewaring gezeten. Aansluitend op deze maatregel is eiser vanaf 9 februari 2006 strafrechtelijk gedetineerd geweest. Op 3 november 2006 is eiser op een laissez-passer uitgezet naar Algerije. De Algerijnse autoriteiten hebben eiser niet toegelaten en hem bijna zes maanden vastgehouden, waarna hij is teruggestuurd naar Nederland en thans wederom in vreemdelingenbewaring is genomen. De rechtbank oordeelt dat ook de eerdere periode waarin eiser in vreemdelingenrechtelijke bewaring heeft gezeten in acht dient te worden genomen bij de toepassing van de onderhavige maatregel. Ook dient daarbij de periode waarin eiser gedetineerd is geweest in Algerije in ogenschouw te worden genomen, ook al is deze situatie mogelijk niet aan verweerder te wijten. In het onderhavige geval is derhalve weliswaar sprake van een (eerste) beroep gericht tegen het besluit tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel, als bedoeld in artikel 94 van de Vw 2000, maar bij de vraag of de oplegging van de maatregel in dit geval bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid gerechtvaardigd is te achten, dient bijzonder gewicht te worden toegekend aan de hierboven omschreven voorgeschiedenis. De omstandigheid dat de uitzetting van eiser naar Algerije niet is geslaagd en eiser inmiddels op verzoek van de autoriteiten van dat land naar Nederland is teruggekeerd, brengt op zichzelf genomen niet met zich dat eiser niet opnieuw in bewaring mocht worden gesteld. Deze omstandigheid levert een nieuw feit op, op grond waarvan verweerder een redelijke termijn dient te worden gegund om zich te beraden over eventuele thans te nemen stappen ter fine van eisers uitzetting. De rechtbank acht een termijn van veertien dagen na deze uitspraak hiertoe redelijk. Verweerder zal daarna niet alleen in staat dienen te zijn aan te geven wat de te nemen vervolgstappen zijn, maar zal verweerder tevens reeds concrete uitzettingshandelingen dienen te hebben verricht.
Rechters
Advocaten
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
- J. Raaijmakers
- M.H.K. van Middelkoop
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
[eiser]
eiser · onbekend
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
