ECLI:NL:RBSGR:2007:BA5028
Rechtbank 's-Gravenhage · 26-04-2007 · zaaknummer AWB 06/36220
Inhoudsindicatie
Herhaalde aanvraag / terugwijzing na vernietiging door Afdeling / geen eerdere inhoudelijke beoordeling Eiser is bij zijn eerste asielaanvraag niet verschenen voor het nader gehoor, ondanks twee maal daartoe te zijn opgeroepen. Tegen het afwijzende besluit is geen rechtsmiddel aangewend. Bij zijn tweede asielaanvraag heeft eiser zijn asielmotieven uiteengezet. Het beroep tegen het afwijzende besluit is gegrond verklaard. De Afdeling heeft deze uitspraak vernietigd omdat de rechtbank ten onrechte niet is getreden in de vraag of aan de herhaalde aanvraag nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden ten grondslag zijn gelegd. De Afdeling heeft de zaak daartoe teruggewezen naar de rechtbank. Bij de behandeling van het beroep heeft eiser aangevoerd dat zijn asielrelaas, ook al heeft hij geen nova naar voren gebracht, toch inhoudelijk moet worden behandeld omdat er nooit eerder een inhoudelijke beoordeling van zijn asielrelaas heeft plaatsgevonden. Eiser heeft in dit kader onder meer aangevoerd dat uit het arrest van de Hoge Raad in de zaak Kesbir blijkt dat de Hoge Raad een andere visie heeft op de betekenis van de jurisprudentie van het EHRM over artikel 3 EVRM voor de toetsing door de nationale rechter dan de Afdeling. De rechtbank verwerpt het standpunt van eiser. De rechtbank is gelet op de uitspraak van de Afdeling gehouden allereerst de vraag te beantwoorden of eiser nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden aan zijn aanvraag ten grondslag heeft gelegd. Het is niet aan de rechtbank de rechtmatigheid van de uitspraak van de Afdeling te toetsen. Het beroep van eiser op het arrest in de zaak Kesbir maakt het voorgaande niet anders. Daar komt bij dat niet zonder meer gegeven is dat het in de onderhavige herhaalde aanvraag om een asielvergunning aan te leggen toetsingskader op een lijn te stellen is met de in een uitleveringsprocedure zoals de zaak Kesbir te hanteren maatstaven. Er is geen sprake van nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden die kunnen afdoen aan het eerdere besluit. Evenmin is sprake van zeer bijzondere, op de individuele zaak betrekking hebbende, feiten en omstandigheden op grond waarvan de noodzaak bestaat om artikel 4:6 van de Awb niet tegen te werpen. De enkele omstandigheid dat de aanvraag in de eerdere procedure niet inhoudelijk kon worden beoordeeld omdat eiser – zonder verschoonbare reden – niet is verschenen bij het nader gehoor, is daarvoor onvoldoende. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
- B.J.P.M. Ficq
- E.G. Aalbers
- I. PROCESVERLOOP
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
