Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4477

Rechtbank 's-Gravenhage · 07-02-2007 · zaaknummer AWB 06/40542

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Afghanistan / mvv-vereiste / 8 EVRM Ter onderbouwing van het beroep op vrijstelling van het mvv-vereiste heeft verzoekster aangevoerd dat zij getrouwd is met een Nederlander en dat zij samen drie jonge kinderen hebben; dat zij medische problemen heeft en dat de situatie van vrouwen in Afghanistan te slecht is om terug te kunnen keren. Daarnaast zal door de omslachtige procedure die verzoekster moet volgen de mvv-procedure veel langer duren dan drie maanden. Eerst moet verzoekster naar Afghanistan om een visum voor Pakistan te regelen. Onduidelijk is echter of dit wel gaat lukken. Zo niet, dan zal verzoekster nooit kunnen terugkeren naar Nederland. Zelfs als verzoekster er wel in zou slagen om een visum voor Pakistan te bemachtigen dan is op voorhand al duidelijk dat de mvv-procedure veel langer dan drie maanden zal duren. Verweerders termijn van drie maanden gaat pas lopen vanaf de datum van indiening. Verweerder heeft er ten onrechte geen rekening mee gehouden dat verzoekster eerst een gevaarlijke weg te gaan heeft, voordat zij de mvv-aanvraag in Pakistan kan indienen. Verzoekster zal van Kabul naar Pakistan moeten reizen. Tussen Afghanistan en Pakistan heerst een grensoorlog. Daarnaast wordt in het zuiden van Afghanistan gevochten tussen de Taliban en de NAVO-troepen en heerst er rechteloosheid. Met name voor alleenstaande vrouwen is het extreem gevaarlijk. Het valt niet te verwachten dat verzoekster er in zal slagen zonder problemen in haar eentje door dit gebied te reizen. En als dat wel lukt, dan zal dit vele maanden langer duren dan de drie maanden waarvan verweerder uitgaat voor een mvv-aanvraag. De voorzieningenrechter overweegt dat in het algemeen kan worden gesteld dat de uit het mvv-vereiste voortvloeiende verplichting om Nederland te verlaten in beginsel tijdelijk van aard is, zodat niet snel sprake zal zijn van strijd met artikel 8 EVRM. Dit zal eerst dan aan de orde kunnen komen indien reeds van tevoren vast zou staan dat de mvv-procedure zal leiden tot een langdurige ontwrichting van het familie- of gezinsleven. Anders dan verweerder is de voorzieningenrechter, mede in het licht van de uitspraak van het EHRM van 31 januari 2006 (Rodrigues da Silva/Hoogkamer tegen Nederland, JV 2006/90), van oordeel dat niet gezegd kan worden dat bij afweging van alle hierboven genoemde omstandigheden en gelet op de belangen van de minderjarige kinderen, de weigering verzoekster vrij te stellen van het mvv-vereiste geen schending betekent van het recht op eerbiediging van het familie- of gezinsleven tussen verzoekster en haar echtgenoot en kinderen zoals bedoeld in artikel 8 EVRM. Hierbij laat de voorzieningenrechter meewegen dat verweerder in het bestreden besluit, in reactie op het onderbouwde betoog van verzoekster dat op voorhand niet vaststaat dat terugkeer naar het land van herkomst slechts een kortdurende periode betreft, vooralsnog onvoldoende heeft gemotiveerd waarom handhaving van het mvv-vereiste in het onderhavige geval geen schending van artikel 8 EVRM oplevert. Vovo toegewezen.

Advocaten

  • A. Spel
  • J.M.K. Frijters

Partijen

  • [verzoekster]

    verzoekster · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.