ECLI:NL:RBSGR:2007:BA4441
Rechtbank 's-Gravenhage · 04-05-2007 · zaaknummer 09/535034-07
Inhoudsindicatie
Verdachte heeft samen met anderen gedurende een periode van ongeveer tien maanden een grote hoeveelheid metalen van het terrein van een conservenfabriek weggenomen. Zij verkochten deze metalen aan "oud ijzer opkopers". Hierdoor hebben verdachte en zijn mededaders veel schade en overlast bezorgd aan dit bedrijf. Verdachte heeft uitsluitend gehandeld uit geldelijk gewin. (Gewijzigde) dagvaarding ter zake van feit 3 nietig, geen voldoende duidelijke opgave in de zin van art. 261 lid 1 Wetboek van Strafrecht. De straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 63, 310, 311 van het Wetboek van Strafrecht. Gevangenisstraf van 8 maanden, met aftrek, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Verplicht reclasseringscontact. De rechtbank verklaart de conservenfabriek, benadeelde partij, niet-ontvankelijk in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandelig in het strafgeding.
Advocaten
- P.M. Gruppelaar
- W.S.A.H. Croes
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
