ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3559
Rechtbank 's-Gravenhage · 06-04-2007 · zaaknummer AWB 07/9347 VRONTN
Inhoudsindicatie
Vreemdelingenbewaring / China / afgifte laissez-passer / zicht op uitzetting Op grond van hetgeen partijen hebben aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat het voortduren van de onderwerpelijke vrijheidsontnemende maatregel niet onrechtmatig is. Ook na kennisneming van de beantwoording bij brief van 23 maart 2007 van de door de rechtbank aan verweerder voorgelegde vragen en van de reactie daarop van de gemachtigde van de vreemdeling bij brief van 28 maart 2007 is de rechtbank vooralsnog van oordeel dat voldoende zicht bestaat op uitzetting. Verweerder heeft naar het oordeel van de rechtbank voldoende aannemelijk gemaakt dat aan de terugval in het aantal door de Chinese autoriteiten afgegeven laissez-passers in de afgelopen jaren niet direct conclusies kunnen worden verbonden met betrekking tot het zicht op uitzetting in een individueel geval. Indien de vreemdeling van beweerdelijk Chinese nationaliteit zelf meewerkt aan zijn uitzetting door aan verweerder alle relevante gegevens te verstrekken en de vragenlijst van de Chinese autoriteiten zo volledig mogelijk in te vullen, bestaat in het algemeen een gerede kans op afgifte van een laissez-passer. Blijkens een mededeling van verweerders gemachtigde ter zitting vinden bij de Chinese consulaire autoriteiten in Nederland geen presentaties in persoon plaats. De beslissing van evengenoemde autoriteiten tot afgifte van een laissez-passer is dus kennelijk geheel gebaseerd op de informatie uit individuele dossiers. Volgens verweerders gemachtigde zijn sedert april 2006 15 laissez-passers afgegeven; in 14 gevallen waren daarbij nadere documenten voorhanden (bijvoorbeeld een kopie van een paspoort), in één dossier was dat niet het geval. De vreemdeling heeft aangevoerd dat de bevolkingsadministratie in China ernstige tekortkomingen vertoont en dat Chinezen die een aantal jaren niet in China woonachtig zijn geweest uit het Hukou-boekje in hun woonplaats worden geschrapt, en dat zij daarna in het geheel niet meer voorkomen in enige bevolkingsadministratie. Verweerder heeft daar tegenover gesteld dat blijkens een ambtsbericht van het Ministerie van Buitenlandse Zaken aan iedere Chinees bij het bereiken van de leeftijd van 16 jaar een uniek persoonsnummer wordt toegekend en dat iedere Chinees dat nummer uit zijn hoofd behoort te kennen, zodat dit bij de laissez-passer aanvraag vermeld kan worden. De vreemdeling werkt niet mee aan zijn uitzetting, hij wil niet terug naar China en heeft bij zijn inbewaringstelling andere personalia opgegeven. Uit een tweetal in februari 2007 tegen de vreemdeling gedane aangiften komen weer andere namen naar voren. Op 18 januari 2007 is de aanvraag van een laissez-passer voor de vreemdeling aan de Chinese autoriteiten voorgelegd en door hen in behandeling genomen. Verweerder onderhoudt wekelijks contact met de Chinese ambassade over de aldaar in behandeling zijnde laissez-passer aanvragen. Gelet op deze stand van zaken is er thans naar het oordeel van de rechtbank voldoende zicht op uitzetting van de vreemdeling. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
