ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3541
Rechtbank 's-Gravenhage · 02-03-2007 · zaaknummer Awb 07/6592
Inhoudsindicatie
Vovo bezwaar / ongewenstverklaring / artikel 1F Vluchtelingenverdrag / belang De voorzieningenrechter stelt vast dat verweerders (deel)besluit om verzoeker ongewenst te verklaren is gebaseerd op de overweging dat verzoeker onder het bepaalde in artikel 1 F van het Vluchtelingenverdrag valt. Dit betekent, naar het oordeel van de voorzieningenrechter, dat het antwoord op de vraag of de ongewenstverklaring van verzoeker op goede gronden heeft plaatsgevonden pas kan worden beoordeeld nadat de afwijzing van verzoekers asielaanvraag op grond van artikel 1 F Vluchtelingenverdrag in rechte is komen vast te staan. De ongewenstverklaring is immers (indirect) op de toepasselijkheid van artikel 1 F Vluchtelingenverdrag gebaseerd. Om deze reden kan ook niet onder verwijzing naar de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (onder meer de uitspraak van 26 juli 2006, JV 2006,352) worden geoordeeld dat verzoeker geen belang heeft bij zijn asielberoep, zolang hij ongewenst verklaard is. Het omkeren van de toetstingsvolgorde, waarbij de rechtbank eerst de ongewenstverklaring zou beoordelen en daarna het asielberoep, is bovendien niet aan de orde, nu ten aanzien van de ongewenstverklaring nog geen beschikking op bezwaar is gegeven, terwijl de afwijzing van verzoekers asielverzoek zich in de beroepsfase bevindt. Volgt toewijzing voorlopige voorziening.
Rechters
Advocaten
- S.S. Ilahi
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
