ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3540
Rechtbank 's-Gravenhage · 12-04-2007 · zaaknummer AWB 06/29336
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening / toezegging niet te zullen verwijderen / geen rechtmatig verblijf / spoedeisend belang Artikel 8 van de Vw 2000 bevat een limitatieve opsomming van de gronden waarop, dan wel de omstandigheden waaronder, een vreemdeling rechtmatig verblijf in Nederland heeft. De voorzieningenrechter stelt vast dat alhoewel verweerder in bovenvermelde brief van 3 april 2007 heeft toegezegd dat verzoeker hangende de nadere besluitvorming inzake de nog te bepalen regularisatieregeling niet zal worden verwijderd, deze toezegging geen rechtmatig verblijf oplevert in de zin van artikel 8 van de Vw 2000. Dit is door verweerder ook niet betwist. Onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State van 28 september 2004 (JV 2004, 451) overweegt de voorzieningenrechter dat verzoeker bij gebreke van rechtmatig verblijf hier te lande te allen tijde in vreemdelingenbewaring kan worden gesteld. Voorts overweegt de voorzieningenrechter dat verzoeker evenmin kan voldoen aan de op hem rustende identificatieplicht en dientengevolge strafbaar is op grond van artikel 447e van het Wetboek van Strafrecht. Gelet daarop is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker een spoedeisend belang heeft bij het onderhavige verzoek om een voorlopige voorziening. De vovo wordt toegwezen.
Rechters
Advocaten
- J.W. Kreumer
- M.C. Heijnneman
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
[verzoeker]
verzoeker · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
