Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA3245

Rechtbank 's-Gravenhage · 12-04-2007 · zaaknummer AWB 07/11303

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Zicht op uitzetting / afgifte laissez-passers door de Chinese autoriteiten In 2005 zijn 1171 aanvragen om afgifte van een laissez-passer gedaan bij de Chinese autoriteiten. In 2005 is in 121 gevallen afgifte van een laissez-passer toegezegd en in 452 gevallen is dit geweigerd. In 2006 zijn 1304 aanvragen om afgifte van een laissez-passer ingediend. In dat jaar is, min of meer gelijkelijk verdeeld over de maanden van het jaar, in 37 gevallen afgifte van een laissez-passer toegezegd en in 113 gevallen is dit geweigerd. In de maanden januari en februari van 2007 zijn in totaal 140 laissez-passer aanvragen ingediend. In diezelfde periode is één laissez-passer toegezegd en is in zeven gevallen afgifte van een laissez-passer geweigerd. Volgens verweerder wordt de daling van afgifte van laissez-passers niet veroorzaakt door een beleidswijziging van de Chinese autoriteiten. Wel heeft verweerder in deze daling aanleiding gezien dit in december 2006 met een Chinese delegatie te bespreken. De Chinese autoriteiten hebben laten weten geen beletselen te zien voor afgifte van laissez-passers aan hun in Nederland verblijvende onderdanen. Uit de door verweerder nader verstrekte inlichtingen blijkt onder andere dat bij de vijftien laissez-passer aanvragen die zowel in 2006 zijn ingediend en waarbij in 2006 een akkoord is ontvangen de volgende documenten aanwezig waren. In drie zaken is een kopie van een ID-kaart overgelegd. In twaalf zaken was dit niet het geval. Hierbij is in elf zaken als aanvullende informatie een origineel verlopen paspoort of een kopie van een paspoort overgelegd. In één van deze elf zaken is tevens een hukou (Chinees persoonsnummer) overgelegd alsmede een op betrokkene aangetroffen bewijs waarmee deze zijn paspoort bij de ambassade kon afhalen. Voorts waren in één van deze elf zaken reeds eerder twee laissez-passers verstrekt. In de twaalfde zaak zijn in het geheel geen documenten overgelegd. Zoals deze rechtbank en zittingsplaats reeds eerder heeft overwogen in haar uitspraak van 27 maart 2007 (AWB 07/9610) ziet de rechtbank in de verhouding tussen het aantal in 2006 ingediende laissez-passer aanvragen en het aantal in dat jaar afgegeven laissez-passers onvoldoende grond voor de conclusie dat het vereist zicht op uitzetting ontbreekt. De rechtbank acht daartoe met name van belang dat, ondanks de gesignaleerde daling de afgifte van laissez-passers niet op enig moment is gestopt, dat de autoriteiten desgevraagd hebben aangegeven dat er geen beletselen bestaan voor afgifte van laissez-passers aan Chinese onderdanen en dat het aantal weigeringen evenredig met de toezeggingen is afgenomen. Deze laatste omstandigheid vat de rechtbank voorshands op als een aanwijzing voor de juistheid van verweerders stelling dat van de zijde van de Chinese autoriteiten geen sprake is van een beleidswijziging inzake de afgifte van laissez-passers. Het aantal laissez-passers dat thans wordt afgegeven is wel dermate gering dat het zicht op uitzetting als beperkt moet worden aangemerkt. Met betrekking tot de vraag in hoeverre het feit dat het zicht op uitzetting beperkt is, gelet op alle betrokken belangen, dient te leiden tot opheffing van de bewaring overweegt de rechtbank dat uit de eerst in de onderhavige zaak door verweerder verstrekte inlichtingen blijkt dat er een belangrijk verband bestaat tussen het verstrekken van documenten die de identiteit en nationaliteit van betrokkene onderbouwen en het verstrekken van laissez-passers. Nu eiser geen documenten heeft verstrekt, noch enige poging heeft ondernomen aan desbetreffende documenten te geraken, is de rechtbank van oordeel dat verweerders belang bij de voortduring van de bewaring vooralsnog zwaarder dient te wegen dan het belang van eiser bij opheffing daarvan. Daarnaast overweegt de rechtbank dat verweerder door maandelijks te rappelleren voldoende voorvarend handelt.

Advocaten

  • I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
  • J. Raaijmakers
  • L.J.P. Mentink

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.