Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2609

Rechtbank 's-Gravenhage · 03-04-2007 · zaaknummer AWB 07/10882

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Vreemdelingenbewaring / volgberoep ná opheffing / belang / schadevergoeding Het beroep (met verzoek om schadevergoeding) tegen de voortduring van de bewaring is ingesteld op 12 maart 2007. Gebleken is echter dat de bewaring reeds op 1 maart 2007 was opgeheven. Art. 106 Vw 2000 komt overeen met art. 34j Vw (oud). De REK heeft op 2 november 1995 (RV 1995, 75) overwogen dat het belang van de vreemdeling bij het instellen van beroep is gelegen in de vaststelling of en in hoeverre de maatregel van bewaring rechtmatig is geweest en of er bij onrechtmatigheid van de maatregel sprake kan zijn van schadevergoeding als bedoeld in art. 34j Vw (oud). In het geval beroep is ingesteld nadat de bewaring reeds was opgeheven moet het beroep dan ook geacht worden gericht te zijn tegen het besluit de maatregel niet eerder te beëindigen en geen schadevergoeding toe te kennen. Een dergelijk besluit is een besluit op grond van art. 26 Vw (oud; thans art. 59 Vw 2000), waartegen op grond van art. 29, aanhef en onder b, Vw (oud; thans art. 94, eerste lid, Vw 2000) beroep op de rechter openstaat. Nu de wetgever met art. 106 Vw 2000 een zelfde toepassing heeft beoogd als art. 34j w (oud) en in de totstandkominggeschiedenis van de Vw 2000 geen aanknopingspunten zijn te vinden voor het oordeel dat de wetgever van de hiervoor weergegeven jurisprudentie met betrekking tot art. 34j Vw (oud) afstand wenst te nemen, is de rechtbank van oordeel dat art. 106 Vw 2000 eveneens ruim geïnterpreteerd dient te worden. Eisers beroep moet dan ook geacht worden te zijn gericht tegen het besluit de maatregel niet eerder dan op 1 maart 2007 te beëindigen en geen schadevergoeding toe te kennen. Verwezen wordt naar de uitspraak van deze rechtbank, nevenzittingsplaats Zwolle, van 5 januari 2006 (AWB 05/57209), waarin in gelijke zin is geoordeeld en welke uitspraak door de ABRS is bevestigd bij uitspraak van 9 februari 2006 (200600376/1, LJN: AY5335). Weliswaar ging het daarbij om een beroep ex art. 94 Vw 2000, maar er bestaat geen aanleiding om hierover anders te oordelen in geval van een beroep ex art. 96 Vw 2000, zoals in casu het geval is. De vraag of eiser kan worden ontvangen in zijn beroep dient tevens afhankelijk te worden gesteld van het moment waarop het beroepschrift is ingediend. Weliswaar is ingevolge art. 69, derde lid, Vw 2000 het instellen van beroep tegen een besluit ex art. 93 Vw 2000 niet aan enige termijn gebonden, maar de ratio van deze bepaling is dat een vreemdeling, ten aanzien van wie een vrijheidsontnemende maatregel is opgelegd en welke voortduurt, te allen tijde een beroep op de rechter moet kunnen doen. Art. 69, derde lid, Vw 2000 vindt, gezien de ratio daarvan, geen toepassing in het geval de maatregel al is beëindigd, voordat het beroep is ingesteld. In dat geval dient beroep te worden ingesteld binnen de in art. 69, eerste lid, Vw 2000 genoemde termijn van vier weken, te rekenen vanaf het moment waarop de bewaring is opgeheven. Nu het onderhavige beroep binnen die termijn is ingesteld, kan eiser worden ontvangen in zijn beroep.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.