Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2381

Rechtbank 's-Gravenhage · 19-02-2007 · zaaknummer AWB 06 / 49178

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Hoorplicht / begrip "kennelijk" Eiseres, van Turkse nationaliteit, heeft een machtiging tot voorlopig verblijf aangevraagd voor het doel verblijf bij echtgenoot. De aanvraag is afgewezen, omdat de echtgenoot van eiseres (verder: referent) volgens verweerder niet voldoet aan de inkomensnorm die gold ten tijde van de aanvraag. Het bezwaar dat eiseres heeft ingediend wordt door verweerder kennelijk ongegrond geacht en in verband hiermee wordt, met toepassing van artikel 7:3, aanhef en onder b, Awb, afgezien van het horen van belanghebbenden. De rechtbank overweegt dat is gebleken dat verweerder niet slechts op basis van de zich in het dossier bevindende stukken heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het bezwaar. Immers, uit de beslissing op bezwaar blijkt dat verweerder zowel bij de werkgever van referent als bij de Belastingdienst inlichtingen heeft moeten inwinnen om tot deze conclusie te komen. Gezien het voorgaande kan niet worden gezegd dat uit het bezwaarschrift reeds aanstonds blijkt dat de bezwaren van de indiener ongegrond zijn en er redelijkerwijs geen twijfel mogelijk is over die conclusie of dat er geen behoefte was aan een nadere toelichting. De rechtbank is van oordeel dat verweerder door eerst de gronden van het bezwaar inhoudelijk te beoordelen en vervolgens te concluderen dat hij, nu hij het bezwaar ongegrond achtte, mocht afzien van het horen van belanghebbenden, geen betekenis heeft gegeven aan het woord kennelijk in artikel 7:3, aanhef en onder b, van de Awb. Voorts overweegt de rechtbank dat het horen van belanghebbenden in het onderhavige geval te meer was aangewezen nu het beleid van verweerder niet onmiddellijk voorziet in een antwoord op de door eiseres opgeworpen bezwaren. Zowel met betrekking tot de onkostenvergoeding als met betrekking tot de heffingskorting als met betrekking tot de (al dan niet aaneengesloten) periode waarin overwerk moet zijn verricht, bestaat ruimte in het beleid.

Advocaten

  • J.L. Plokker
  • J.P. van den Bos

Partijen

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.