Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA2107

Rechtbank 's-Gravenhage · 22-01-2007 · zaaknummer AWB 05/47945

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

14-1-brief / aanvraag / besluit / belanghebbende / volmacht Uit de brief van de Stichting Vluchtelingenwerk Rosmalen van 3 juli 2003 blijkt dat een medewerkster van deze stichting namens de stichting de minister heeft verzocht om gebruik te maken van zijn discretionaire bevoegdheid en eiseres een verblijfsvergunning te verlenen. Verweerder heeft in zijn brief van 3 november 2003 te kennen gegeven niet inhoudelijk op de procedure van eiseres in te kunnen gaan. Eiseres heeft tegen deze brief bezwaar gemaakt. Verweerder het bezwaarschrift niet-ontvankelijk verklaard omdat in casu geen sprake is van een aanvraag gedaan namens eiseres: geen sprake van belanghebbende noch van volmacht. Gelet op de uitspraak van de AbRS van 22 november 2005, JV 2006, 19, kan de voornoemde stichting niet worden aangemerkt als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Gelet op de uitspraak van de AbRS van 13 april 2005, JV 2005, 225, maakt het gestelde door eiseres dat de medewerkster van de stichting direct betrokken was bij de hulpverlening aan en begeleiding van eiseres en geen willekeurige derde was, niet dat de medewerkster zelf als belanghebbende is aan te merken, omdat deze omstandigheden niet toereikend zijn voor het oordeel dat haar belang rechtstreeks bij de door haar gevraagde verlening van een verblijfsvergunning aan eiseres is betrokken. In de door de medewerkster namens de stichting geschreven brief van 3 juli 2003 staat niet vermeld dat deze namens eiseres is geschreven. Reeds hierom kan het beroep van eiseres op de uitspraak van de AbRS van 6 september 2005, JV 2005/403, waarin wél sprake was van een namens de in die zaak betrokken vreemdeling gedaan verzoek, niet slagen. Gelet hierop komt de rechtbank niet toe aan de vraag of verweerder, zoals eiseres heeft gesteld, haar in de gelegenheid had moeten stellen om een machtiging over te leggen. Immers, uit de PG van artikel 2:1 van de Awb blijkt dat degene die zich door een gemachtigde wil laten vertegenwoordigen, dit aan het bestuursorgaan zal moeten laten blijken. Van dit laatste is in casu geen sprake. Dat uit de PG tevens blijkt dat voor het zich laten vertegenwoordigen door een gemachtigde geen bepaalde vorm is voorgeschreven, dat uit handelingen de bedoeling om zich te laten vertegenwoordigen zal kunnen worden afgeleid, en dat bij twijfel zekerheid kan worden verkregen, laat onverlet dat in casu uit de brief van 3 juli 2003 in het geheel niet valt af te leiden dat de medewerkster deze brief in de hoedanigheid van gemachtigde van eiseres heeft geschreven. Gelet op het vorenstaande kan de voornoemde brief van 3 juli 2003 niet worden aangemerkt als een aanvraag die is gedaan namens eiseres. Derhalve kan de reactie van verweerder op deze brief niet worden aangemerkt als een besluit op een door eiseres gedane aanvraag, waartegen ingevolge de Awb een rechtsmiddel kon worden ingesteld.

Advocaten

In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.

Partijen

  • Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

    verweerder · onbekend

  • [eiseres]

    eiseres · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.