ECLI:NL:RBSGR:2007:BA1594
Rechtbank 's-Gravenhage · 07-03-2007 · zaaknummer AWB 07/4021, e.v.
Inhoudsindicatie
Voorlopige voorziening / analoge toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 / nieuwe BMA-advies / belangenafweging De rechtbank is allereerst van oordeel dat verweerder een onjuist standpunt heeft ingenomen met betrekking tot het procesbelang van eisers bij de onderhavige verzoeken. Op grond van artikel 3, derde lid, onder g, van de Rva kan een vreemdeling die rechtmatig in Nederland verblijft op grond van artikel 8, aanhef en onder f of h, van de Vw 2000, en zich, naar het oordeel van de Minister, feitelijk in dezelfde situatie bevindt als bedoeld in artikel 64 van de Vw 2000 aanspraak maken op Rva-verstrekkingen. Eisers hebben verweerder verzocht te verklaren dat in verband met de gezondheid van eiser 1 in het geval van eisers sprake is van een situatie analoog aan artikel 64 van de Vw 2000, zodat zij aanspraak kunnen maken op Rva-verstrekkingen, waarin dan ook hun belang is gelegen. Uit artikel 64 van de Vw 2000 volgt dat dit niet enkel geldt voor degene wiens gezondheidstoestand aan het reizen in de weg staat, maar eveneens voor zijn of haar gezinsleden. De rechtbank overweegt dat verweerder in hetgeen eisers in bezwaar hebben aangevoerd, in combinatie met de door hen overgelegde medische stukken, kennelijk aanleiding heeft gezien om opnieuw een BMA-rapport op te vragen met betrekking tot de gezondheidstoestand van eiser 1. Onder deze omstandigheden kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden gezegd dat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. De rechtbank is met verweerder van oordeel dat niet vooruit kan worden gelopen op het nieuwe BMA-advies dat ten behoeve van eiser 1 zal worden uitgebracht, echter dit doet niet af aan het feit dat – zoals hiervoor is overwogen – het bezwaar een redelijke kans van slagen heeft. Dit betekent dat een afweging moet worden gemaakt, waarbij de mogelijke gevolgen van het ten onrechte niet toewijzen van de voorziening moeten worden afgewogen tegen de mogelijke gevolgen van het ten onrechte wel toewijzen van de voorziening. Hierbij zal de onomkeerbaarheid van de gevolgen eveneens een rol spelen. De rechtbank overweegt ten eerste dat de verzoeken strekken tot het opdragen aan verweerder om het beleid met betrekking tot analoge toepassing van artikel 64 van de Vw 2000 uit te voeren zodat eisers aanspraak kunnen maken op Rva-verstrekkingen. Indien uit het op te stellen BMA-advies mocht blijken dat er geen sprake is van een situatie analoog aan artikel 64 van de Vw 2000 kunnen de Rva-verstrekkingen worden stopgezet. Daarnaast overweegt de rechtbank dat de door eisers overgelegde stukken zoals hiervoor genoemd zodanige twijfel oproepen over de houdbaarheid van de huidige (medische) situatie van eisers dat ernstige onomkeerbare consequenties hiervan niet kunnen worden uitgesloten. De afweging van deze belangen brengt de rechtbank tot het oordeel dat de verzoeken moeten worden toegewezen. De rechtbank zal verweerder opdragen artikel 64 van de Vw 2000 van analoge toepassing te verklaren en de nodige stukken binnen een week na de datum van deze uitspraak door te zenden naar het COA.
Rechters
Advocaten
- F.M. Holwerda
- I. PROCESVERLOOP
- M.R. Verdoner
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Minister van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Minister van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
