Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:BA1321

Rechtbank 's-Gravenhage · 15-03-2007 · zaaknummer AWB 07/7950 en 07/7946

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Ongewenstverklaring / belangenafweging / 8 EVRM / 9 IVRK Niet in geschil is dat de ongewenstverklaring van verzoekster een inmenging vormt in het gezinsleven tussen verzoekster en haar kind. Het geschil betreft de vraag of die inmenging in dit geval gerechtvaardigd is. Verweerder heeft veel gewicht gehecht aan de veroordeling van verzoekster voor zeer zware misdrijven, aan het feit dat zij nimmer rechtmatig verblijf heeft gehad en van mei 2004 tot februari 2007 in strafrechtelijke detentie heeft verbleven. In de belangenafweging is echter niet betrokken dat de voogdij over het kind van verzoekster tijdelijk aan Bureau Jeugdzorg is overgedragen en dat het kind in een pleeggezin is geplaatst. Bij de kantonrechter is een procedure omtrent de voogdij aanhangig. De omstandigheid dat sprake is van een tijdelijke overdracht van de voogdij houdt in dat verzoekster haar kind niet zonder toestemming van de voogd mee kan nemen naar het land van herkomst. Bureau Jeugdzorg heeft te kennen gegeven een dergelijke toestemming niet te zullen verlenen. Dit rechtvaardigt de conclusie dat de uitoefening van het gezinsleven tussen verzoekster en haar kind in het land van herkomst niet mogelijk is. De overdracht van de voogdij alsmede de weigering van Bureau Jeugdzorg aan verzoekster toestemming te verlenen haar kind mee terug te nemen naar het land van herkomst vormen objectieve belemmeringen om het gezinsleven aldaar uit te oefenen. Ook het belang van het kind om contact met zijn moeder te onderhouden dient een rol in de belangenafweging te spelen. verweerder heeft zich bij de voorbereiding van het besluit, voor zover het de toetsing aan artikel 8 van het EVRM betreft, een onvoldoende beeld gevormd van de bij het te nemen besluit betrokken belangen, hetgeen strijdig is met artikel 3:2 van de Awb. Aldus ontbeert het bestreden besluit ook een draagkrachtige motivering in de zin van artikel 7:12 van de Awb. Aan artikel 9 van het IVRK komt rechtstreekse werking toe nu dit artikel dusdanig concreet is geformuleerd dat de hierin vervatte norm vatbaar is voor rechtstreekse toepassing door de rechter. Het eerste lid van dit artikel ziet op feitelijke gedwongen scheiding van overheidswege. Dit is slechts toegestaan indien de bevoegde autoriteiten beslissen dat deze scheiding noodzakelijk is in het belang van het kind. Ingevolge het tweede lid van het artikel dient een betrokken partij in een procedure met betrekking tot de bedoelde scheiding in de gelegenheid te worden gesteld aan deze procedure deel te nemen en zijn standpunt naar voren te brengen. Verweerder wordt dan ook niet in zijn standpunt gevolgd dat het voor verzoekster, ten aanzien van de procedure omtrent de voogdij over haar kind, niet van belang is om hier te lande te verblijven. De uitkomst van deze procedure is vooralsnog onzeker en de rol van verzoekster bij deze procedure wordt niet zonder betekenis geacht. Niet valt in te zien hoe verzoekster, zoals verweerder stelt, vanuit haar land van herkomst evenveel, zo al niet meer, middelen heeft om de voogdij van haar kind aan te vechten. De voorzieningenrechter besluit kort te sluiten, het beroep gegrond te verklaren en het bestreden besluit te vernietigen. Verweerder wordt opgedragen een nieuwe beslissing op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak. Toewijzing van verbod uitzetting en schorsing van de ongewenstverklaring slechts wat betreft de strafrechtelijke gevolgen.

Rechters

Advocaten

  • B. Hiddinga

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • [verzoekster]

    verzoekster · onbekend

  • de Staatssecretaris van Justitie

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • de Staatssecretaris van Justitie

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.