ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ8917
Rechtbank 's-Gravenhage · 16-02-2007 · zaaknummer AWB 07/969
Inhoudsindicatie
Laisser passer / zicht op uitzetting / informatieverstrekking De rechtbank stelt vast dat er een daling is van het aantal verstrekte lp’s in 2006 ten opzichte van 2005. Hoewel er in 2005 ongeveer 300 lp’s zijn verstrekt, zijn er in 2006 slechts 37 van de 1304 aanvragen voor een laissez-passer gehonoreerd door de Chinese autoriteiten. Verweerder heeft, hoewel hierom uitdrukkelijk is gevraagd door zowel de rechtbank als eisers gemachtigde, geen informatie verstrekt waaruit blijkt dat er onlangs nog een lp is afgegeven, noch op grond van welke beschikbare informatie verstrekt door de vreemdelingen deze 37 lp’s zijn afgegeven. Ter zitting heeft verweerder gesteld dat de daling van afgifte van lp’s niet veroorzaakt wordt door een beleidswijziging bij de Chinese autoriteiten en dat, gelet hierop, verweerder geen aanleiding ziet om op hoger niveau met de Chinese autoriteiten de werkwijze rondom de afgifte van lp’s te bespreken. De rechtbank kan verweerder niet volgen in deze stelling gelet op de gepresenteerde cijfers over 2005 en 2006. Verweerder heeft onvoldoende kunnen verklaren waardoor deze aanzienlijke daling in de afgifte van lp’s veroorzaakt zou zijn. Nu verweerder voorts geen aanleiding heeft gezien de vraag te beantwoorden wanneer de 37 lp’s zijn afgegeven, is de stelling van de gemachtigde van eiser dat sedert april 2006 geen lp’s door de Chinese autoriteiten zijn afgegeven niet weerlegd. Gelet op de thans beschikbare informatie over de (aantallen) afgegeven lp’s in 2006 heeft verweerder naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende aannemelijk gemaakt dat in de onderhavige zaak sprake is van zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank heeft daarbij in aanmerking genomen dat in de onderhavige zaak onbetwist is gebleven dat eiser het lp-formulier dusdanig heeft ingevuld dat het UFT geoordeeld heeft dat het formulier kon worden doorgezonden naar de Chinese autoriteiten. Door verweerder is derhalve onvoldoende onderbouwd dat het niet afgeven van de lp te wijten zou zijn aan onvoldoende informatieverstrekking door eiser. Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat verweerder onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat er zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn is.
Rechters
Advocaten
- D.H. van den Elzen
- J. Kuper
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
