Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2007:AZ7360

Rechtbank 's-Gravenhage · 18-01-2007 · zaaknummer AWB 06 / 27978

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Irak / categoriaal beschermingsbeleid De vraag of een vreemdeling voor verlening van een verblijfsvergunning op de voet van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw in aanmerking komt, dient te worden beantwoord aan de hand van een beoordeling van de algehele situatie in het land van herkomst. Daarbij komt verweerder een ruime beoordelingsmarge toe, waarvan de aanwending de toetsing in rechte slechts dan niet kan doorstaan, indien geoordeeld moet worden dat het besluit niet strookt met wettelijke voorschriften, dan wel verweerder bij afweging van alle daarvoor in aanmerking komende belangen en gegeven de feitelijke grondslag ervan, niet in redelijkheid tot zijn beslissing heeft kunnen komen. De rechter dient bij die toetsing het oordeel over de algehele situatie in het land van herkomst, dat tot stand pleegt te komen in samenspraak met en met instemming van de Tweede Kamer der Staten-Generaal, in beginsel te respecteren. De in rechte te stellen motiveringseisen dienen aan te sluiten op evenbedoeld toetsingskader; daarbuiten dient de rechter de beoordeling van de minister te respecteren. Mede gelet op het beperkte toetsingskader acht de rechtbank hetgeen eiser in beroep heeft aangevoerd en de stukken die zijn overgelegd, geen extra informatie die tot de conclusie leidt dat de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) van 3 juli 2006 (200602792/1), waarin de Afdeling heeft geoordeeld dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten het categoriale beschermingsbeleid voor Irak af te schaffen, achterhaald is. Uit de door eiser overgelegde stukken is niet gebleken dat na de goedkeuring van de Tweede Kamer een significante wijziging in het beleid van de ons omringende landen is ontstaan. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat het enkele feit dat verweerder in de brief van 20 januari 2006 met het beleid van Zwitserland, België, Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland rekening heeft gehouden en de landen Zweden, Oostenrijk, Noorwegen buiten beschouwing heeft gelaten, niet met zich mee brengt dat voornoemde uitspraak van de Afdeling thans niet meer zou moeten worden gevolgd. De motiveringsplicht van verweerder gaat immers niet zo ver dat het beleid van alle ons omringende EU-landen door verweerder expliciet dient te worden betrokken.

Advocaten

Partijen

  • [eiser]

    eiser · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.