Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2006:AY6512

Rechtbank 's-Gravenhage · 25-07-2006 · zaaknummer AWB 06/27980

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Irak / c-indicator van artikel 3.106 Vb 2000 / beleid andere Europese landen. Verzoeker, van Iraakse nationaliteit, heeft aangevoerd dat verweerder bij de beeindiging van het categoriale beschermingsbeleid ten aanzien van Centraal-Irak is uitgegaan van een voor de beoordeling in het licht van de c-indicator van artikel 3.106 Vb 2000 verkeerde veronderstelling ten aanzien van het in andere Europese – in het bijzonder in Duitsland – gevoerde beleid. De voorzieningenrechter is van oordeel dat verzoeker in de onderhavige procedure voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat in beroep nader onderzoek nodig is naar de vraag welk speciaal beleid uit andere landen van de Europese Unie voor de beoordeling in beroep in het licht van artikel 29, eerste lid, onder d, Vw 2000 en artikel 3.106, aanhef en onder c, Vb 2000 relevant is en naar de vraag welk rechtens relevant beleid die landen feitelijk voeren ten aanzien van asielzoekers van Iraakse nationaliteit. Voorts moet worden onderzocht of de informatie over beleid uit andere landen van de Europese Unie, die verweerder aan het bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd, voorzover dat relevant is voor een beleidsbeslissing over categoriale bescherming zoals dat wordt bedoeld in artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw 2000 in verband met artikel 3.106, aanhef en onder c, Vb 2000, feitelijk juist is. De Afdelingsuitspraak 200602792/1 van 3 juli 2006 biedt op dit onderdeel voor een juiste beoordeling in het licht van eisers stellingen onvoldoende houvast voor een juiste beoordeling van het beroep. Verzoeker zal zijn stellingen in dit verband nog wel nader moeten toelichten en nader moeten onderbouwen. Naar voorlopig oordeel moet er tegen die achtergrond rekening mee worden gehouden dat de afwijzing van de aanvraag in beroep geen stand kan houden, zodat het beroep – mits nader onderbouwd – een kans van slagen heeft. Voorts zal over de stellingen van eiser over zijn vrees voor vervolgingsdaden bij uitzetting nog nader moeten worden beslist. Nu verzoeker ter zitting heeft aangegeven nadere stukken omtrent het Duitse (rechts)systeem en dat van andere landen te kunnen overleggen in de bodemprocedure en verweerder geen bijzonder belang bij onmiddellijke uitzetting heeft gesteld, dient het belang van verzoeker om hangende zijn beroep niet te worden uitgezet zwaarder te wegen dan verweerders belang bij uitzetting. Toewijzing verzoek.

Rechters

Advocaten

Partijen

  • [verzoeker]

    verzoeker · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.