ECLI:NL:RBSGR:2006:AX9246
Rechtbank 's-Gravenhage · 12-05-2006 · zaaknummer AWB 05/17780
Inhoudsindicatie
Mvv-vereiste / Marokko / onderscheid naar nationaliteit / artikel 26 IVBPR. De aanvraag van eiseres tot verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 14 Vw 2000 met als doel verblijf bij ouders is afgewezen omdat zij niet in het bezit is van een mvv. De omstandigheid dat Marokkanen in het bezit dienen te zijn van een geldige mvv terwijl onderdanen van enkele andere staten van dit vereiste zijn vrijgesteld, levert volgens eiseres strijd op met artikel 26 IVBPR in verband met discriminatie naar nationaliteit. Naar aanleiding van hetgeen hieromtrent in beroep is aangevoerd overweegt de rechtbank dat de Afdeling bij uitspraak 200508648/1 van 31 januari 2006 heeft geoordeeld dat er geen grond is voor het oordeel dat aan artikel 26 IVBPR onjuiste toepassing is gegeven nu het gemaakte onderscheid naar nationaliteit door de minister van Buitenlandse Zaken wordt gemaakt ter bescherming van de Nederlandse economische orde en dat aldus voor het maken van dit onderscheid een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat. De rechtbank stelt vast dat in de Afdelingsuitspraak 200508648/1 van 31 januari 2006 niet aan de orde is gekomen of het de minister van Buitenlandse Zaken is geweest die de landen heeft aangewezen als bedoeld in artikel 17, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. Het vorenstaande laat naar het oordeel van de rechtbank evenwel onverlet dat voor het maken van het onderscheid naar nationaliteit een redelijke en objectieve rechtvaardigingsgrond bestaat, welke - zoals in de genoemde Afdelingsuitspraak is vermeld - is gelegen in de bescherming van de Nederlandse economische orde. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verweerder eiseres niet heeft hoeven te ontheffen van het mvv-vereiste op grond van artikel 17, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000. De rechtbank is tevens van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen besluiten om eiseres niet onder toepassing van artikel 3.71, vierde lid, Vb 2000 vrij te stellen van het mvv-vereiste. De weigering om eiseres in het bezit te stellen van de door haar gevraagde verblijfsvergunning levert naar het oordeel van de rechtbank geen strijd op met artikel 8 EVRM. Gedeeltelijke vernietiging van het bestreden besluit in verband met het niet horen in bezwaar naar aanleiding van het aangevoerde omtrent artikel 26 IVBPR en voor wat het niet beslissen op het verzoek om vergoeding van de door eiseres in bezwaar gemaakte kosten voor rechtsbijstand betreft. Ten aanzien van de vernietigde gedeelten van het bestreden besluit is, onder toepassing van artikel 8:72, derde lid, Awb, bepaald dat de rechtsgevolgen in stand blijven.
Rechters
Advocaten
- D. Schaap
- I. PROCESVERLOOP
- S. Gobardhan
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
