Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6782

Rechtbank 's-Gravenhage · 19-05-2006 · zaaknummer AWB 06/9725, 06/9728

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 05-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Mvv-vereiste / wedertoelating / vrijstelling. De voorzieningenrechter stelt vast dat tussen partijen niet in geschil is dat verweerder niet tijdig op de visumaanvragen heeft beslist. Evenmin is in geschil dat verzoeksters op grond van artikel 3.71, tweede lid, Vb 2000 zijn vrijgesteld van het mvv-vereiste. Nu de wetgever er uitdrukkelijk voor heeft gekozen vreemdelingen als verzoeksters vrij te stellen van het mvv-vereiste, betekent dit naar het oordeel van de voorzieningenrechter dat verzoeksters niet gehouden zijn of kunnen worden om in hun land van herkomst, door middel van een mvv-aanvraag, te laten beoordelen of de door hun beoogde verblijfsvergunningen (potentieel) inwilligbaar zijn. De stelling van verweerder dat verzoeksters onverplicht een mvv-aanvraag moeten indienen omdat zodoende wordt voorkomen dat verweerder, gedurende het onderzoek naar de inwilligbaarheid van de aanvragen, door hun aanwezigheid hier te lande voor een voldongen feit wordt geplaatst, kan, gelet op het voorgaande, en de uitdrukkelijke bedoeling van de wetgever, dan ook geen stand houden. De voorzieningenrechter onderkent daarbij dat de mogelijkheid bestaat dat de aanvragen om verlening van de beoogde verblijfsvergunning worden afgewezen, maar de keuze om hier te lande de beoogde verblijfsvergunning aan te vragen is aan verzoeksters evenals het theoretische risico dat verweerder de aanvragen afwijst. Dit kan evenwel geen houdbaar argument vormen om verzoeksters het onverplicht aanvragen van een mvv tegen te werpen en hen daarmee af te houden van de aanvraag en de noodzakelijke omstandigheid van verlening van enig visum om Nederland in te kunnen reizen. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is er in dit concrete geval een spoedeisend belang aanwezig. De voorzieningenrechter ziet hierin aanleiding het gevorderde toe te wijzen en zal verweerder opdragen om uiterlijk binnen drie weken verzoeksters in de gelegenheid te stellen om Nederland in te reizen onder de daartoe gestelde gebruikelijke voorwaarden.

Rechters

Advocaten

In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.

Partijen

  • Minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder · overheid

Overheidspartijen

  • Minister van Buitenlandse Zaken

    verweerder

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.