ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6726
Rechtbank 's-Gravenhage · 12-04-2006 · zaaknummer AWB 05/52084, 05/52089
Inhoudsindicatie
14-1 brief / niet tijdig beslissen / dwangsom. Onder druk van dwangsomveroordeling verklaart verweerder zonder te horen niet-ontvankelijk het bezwaar gericht tegen afwijzende reactie op 14-1-brief ingediend door burgemeester. Vervolgens beslist verweerder op de bij die brief gevoegde aanvraag. Klachten over détournement de pouvoir, vertrouwensbeginsel, hoorplicht en intrekken aangevallen beslissing. Burgemeester vraagt bij verweerder aandacht voor eisers en verzoekt een status te geven. Bijlage daarbij is een brief van de dochter aan verweerder met hetzelfde verzoek. Deze bijlage is later behandeld als aanvraag. De burgemeester handelde niet als gemachtigde of als vertegenwoordiger van eisers en is geen belanghebbende. Daarom is zijn brief geen aanvraag. Dat daarbij de aanvraag van de dochter is gevoegd, maakt dat niet anders. De reactie van verweerder op de brief van de burgemeester is dus geen besluit waartegen bezwaar openstond. Verweerder heeft het bezwaar terecht niet-ontvankelijk verklaard en hoefde op grond van artikel 7:3 onder a, Awb eisers niet te horen. Het besluit op de aanvraag van de dochter is niet een terugkomen op de niet-ontvankelijkverklaring. Dit besluit kan dus niet met toepasssing van artikel 6:18 en 6:19 Awb in deze procedure betrokken worden. De procedures zijn immers met verschillende verzoekschriften aangevangen. Verweerder heeft een herstelverzuimbrief verzonden voor de gronden van bezwaar onder aanzegging van niet-ontvankelijkverklaring wegens dit verzuim. Hieraan mochten eisers niet het vertrouwen ontlenen dat niet-ontvankelijkverklaring op andere gronden achterwege zou blijven na indiening van gronden. Door gegrondverklaring van de beroepen tegen het niet tijdig beslissen op bezwaar is niet in rechte vastgesteld dat het bezwaar ontvankelijk was. Gebleken is dat verweerder aanvankelijk van mening was dat een inhoudelijke beoordeling van de bezwaarschriften aan de orde was. Verweerder dreigde een dwangsom te verbeuren, indien hij niet op 3 november 2005 op bezwaar zou beslissen, terwijl voor een zorgvuldige inhoudelijke beslissing eisers gehoord dienden te worden. Opgemerkt wordt dat verweerder opheffing van de dwangsom kon vragen of met eisers afspraken kon maken over opheffing van de dwangsom. Verweerder heeft de vraag of eisers gehoord zouden worden en dus of het bezwaar kennelijk ongegrond was, afhankelijk gemaakt van de vraag of de dwangsomuitspraak betekend zou worden. Dit verdraagt zich niet met de bedoeling van de wet, in het bijzonder met de artikelen 7:2 en 7:3 Awb. Gebleken is echter dat verweerder vervolgens tot het inzicht is gekomen dat het bezwaarschrift kennelijk niet-ontvankelijk is. Nu verweerder verplicht was te beslissen op bezwaar en hij de enig juiste beslissing heeft genomen, kan van détournement de pouvoir geen sprake zijn. Met welke bedoeling verweerder de beslissing nam, is bij het ontbreken van iedere keuzevrijheid irrelevant. Beroep ongegrond.
Rechters
Advocaten
- I. PROCESVERLOOP
- J.M. Kobus
- N.M. van Wersch
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
R.L. Vreeman
verweerder · persoon
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
