ECLI:NL:RBSGR:2006:AX6534
Rechtbank 's-Gravenhage · 10-03-2006 · zaaknummer AWB 05/31162
Inhoudsindicatie
Medische noodsituatie / eerbiedigende werking / gunstiger beleid / consistentiebeginsel / gelijkheidsbeginsel. Uit de Afelingsuitspraak 200506491/1 van 19 december 2005 kan niet worden afgeleid dat er in het geheel geen ruimte (meer) zou bestaan om op de vraag of verweerder op grond van andere argumenten dan weergegeven onder III.9.1, het beleid dat is neergelegd in TBV 2003/2, redelijkerwijs niet aan eiseres had kunnen tegenwerpen dan wel op andere gronden niet tot vergunningverlening heeft kunnen besluiten, in te gaan. Het betoog van eiseres in de brief van 25 januari 2006 kan worden beschouwd als een toelichting op de beroepsgrond die betrekking heeft op de beschikkingspraktijk van verweerder. De rechtbank acht hierbij van belang dat de beroepsgronden van eiseres mede waren bepaald door de jurisprudentie zoals die op dat moment gold. Eiseres heeft in voornoemde brief - onder verwijzing naar de beschikkingspraktijk van verweerder - een herhaald beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel, en dit aangevuld met een beroep op het consistentiebeginsel. De rechtbank constateert dat verweerder ter zitting, noch in de inlichtingen van 16 februari 2006, gemotiveerd op dit standpunt van eiseres heeft gereageerd. De rechtbank verwijst in dit kader voorts naar de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 19 december 2005, geregistreerd onder zaaknummer AWB 04/19508 BEPTDN, in welke zaak de gemachtigde van verweerder zich ter zitting op het standpunt heeft gesteld dat het ten tijde van de aanvraag geldende beleid van paragraaf B8/5 van de Vc 2000 dient te worden toegepast. Van verweerder kon onder deze omstandigheden, ondanks de verschillen tussen vorenbedoelde en de thans voorliggende casus, worden verwacht dat gemotiveerd zou kunnen worden aangegeven waarom in het onderhavige geval geen gebruik is gemaakt van de bevoegdheid om een verblijfsvergunning onder de beperking “het ondergaan van medische behandeling” te verlenen, nu verweerders beschikkingspraktijk, die de rechtbank ambtshalve bekend is, daartoe wel aanleiding geeft. De rechtbank is derhalve van oordeel dat het bestreden besluit op dit punt niet kan worden gedragen door de daaraan ten grondslag gelegde motivering. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- F. Mountassir
- G. van Atten
- I. PROCESVERLOOP
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
