ECLI:NL:RBSGR:2006:AX3976
Rechtbank 's-Gravenhage · 11-05-2006 · zaaknummer AWB 05/21290
Inhoudsindicatie
DRC / procesbelangbelang / verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd / gelijkheidsbeginsel / hoorplicht. Eiser is afkomstig uit de DRC en is in het bezit van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als verblijfsdoel "voortgezet verblijf" met ingang van 17 maart 2001 geldig tot 17 maart 2006. In geschil is of eiser in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd. De rechtbank volgt verweerder niet in zijn in het verweerschrift ingenomen standpunt dat eiser geen belang meer heeft bij een beoordeling van onderhavig beroep. De rechtbank constateert allereerst dat het in casu een reguliere aanvraag van eiser betreft, zodat de vergelijking met de Afdelingsuitspraak 200506116/1 van 15 december 2005 waarnaar verweerder heeft verwezen niet opgaat. Voorts volgt de rechtbank verweerders ter zitting ingenomen standpunt niet dat zodra een verblijfsvergunning is verleend aan een vreemdeling er geen belang bestaat voor de vreemdeling om te procederen. Het beroep is derhalve ontvankelijk.Ten aanzien van eisers grief dat hij in het bezit had dienen te worden gesteld van een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd overweegt de rechtbank als volgt. Eiser heeft zowel in bezwaar als beroep een beroep gedaan op het gelijkheidsbeginsel en heeft daartoe een beschikking overgelegd van verweerder van 26 februari 2002. Gelet op het besluit van 26 februari 2002 kan de rechtbank niet anders dan concluderen dat in casu sprake is van een vergelijkbare situatie. In dat geval heeft verweerder op 26 februari 2002, derhalve na inwerkingtreding van de Vreemdelingenwet 2000 op 1 april 2001, besloten om de desbetreffende vreemdeling met ingang van 24 juli 1997 in het bezit te stellen van een vergunning tot verblijf met als doel "medische behandeling", geldig tot 24 juli 1998, jaarlijks te verlengen tot 24 juli 2000. Met ingang van 24 juli 2000 wordt de desbetreffende vreemdeling in het bezit gesteld van een vergunning tot verblijf zonder beperkingen, welke vergunning met ingang van 1 april 2001 wordt omgezet in een vergunning regulier voor onbepaalde tijd. Eiser heeft een gemotiveerd beroep op het gelijkheidsbeginsel gedaan. In het door eiser overgelegde besluit zijn de kenmerken opgenomen. Het ligt dan op de weg van verweerder om na te gaan of er sprake is van gelijke gevallen. Het is aan verweerder om aan te geven wat de consistentie in zijn uitvoeringspraktijk is. Dat verweerder eerst op zitting in zijn tweede termijn aangeeft dat er in die zaak sprake is van een ambtelijke misslag is niet afdoende. Verweerder heeft het desbetreffende dossier niet bekeken en heeft zich er derhalve niet van vergewist of er daadwerkelijk sprake was van een misslag. Het beroep is mitsdien gegrond en het bestreden besluit wordt, voorzover daarin is geweigerd aan eiser een vergunning voor onbepaalde tijd te verlenen, vernietigd wegens strijd met het zorgvuldigheidsbeginsel. Voorts dient verweerder eiser in bezwaar te horen, nu er sprake was van een gedeeltelijk gegrond bezwaar. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
In deze zaak is een overheidspartij. De openbare publicatie koppelt een advocaat niet aan een proceszijde. Daarom staat bij de advocaat geen label "overheid" of "beide partijen": die koppeling staat niet in de bron.
Partijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder · overheid
Overheidspartijen
Staatssecretaris van Justitie
verweerder
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
