Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2006:AV8799

Rechtbank 's-Gravenhage · 27-03-2006 · zaaknummer AWB 05/37373

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Regulier / rechtmatig verblijf / verblijfssticker / proceskosten bezwaar. Op 3 december 2003 heeft eiseres een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel "verblijf bij partner", welke aanvraag bij beslissing van 13 juli 2005 is afgewezen. Op 7 september 2004 heeft eiseres bezwaar ingediend gericht tegen het niet verschaffen van een verblijfsaantekening (verblijfssticker) als bedoeld in artikel 9, eerste lid, Vw 2000. Ingevolge artikel 9, eerste lid, eerste volzin, Vw 2000 verschaft de minister aan de vreemdeling die rechtmatig verblijf heeft op grond van artikel 8 a tot en met h, en j tot en met l, Vw 2000 een document of schriftelijke verklaring, waaruit het rechtmatig verblijf blijkt. De rechtbank stelt vast dat het hebben van een verblijfssticker gedurende het rechtmatig verblijf waarbij (nog) niet wordt beschikt over een verblijfsvergunning van belang is voor de vreemdeling. De rechtbank merkt de weigering van de verblijfssticker dan ook aan als een feitelijke handeling als bedoeld in artikel 72, derde lid, Vw 2000, welke handeling gelijkgesteld moet worden met een beschikking. Uit het bestreden besluit van 22 juli 2005 blijkt dat met ingang van 13 juli 2005 het rechtmatig verblijf van eiseres is geëindigd. De rechtbank constateert vervolgens dat uit een brief van eiseres van 25 mei 2005 aan verweerder is gebleken dat aan haar alsnog een verblijfssticker is verleend, hetgeen door verweerder niet wordt betwist. Gelet hierop stelt de rechtbank vast dat verweerder vóór 25 mei 2005 het besluit om eiseres geen verblijfssticker te verlenen heeft herroepen en dat eiseres op grond van artikel 9, eerste lid, Vw 2000, tussen 3 december 2003 en 13 juli 2005 aanspraak heeft gehad op een verblijfssticker waaruit haar rechtmatig verblijf blijkt. De weigering van de verblijfssticker moet dan ook onrechtmatig worden geacht, welke onrechtmatigheid aan verweerder is toe te rekenen. De rechtbank stelt vast dat namens eiseres bij brief van 25 november 2004 is verzocht om vergoeding van de in bezwaar gemaakte kosten. Gelet op het voorgaande staat eveneens vast dat verweerder onrechtmatig heeft gehandeld door de sticker te weigeren en verweerder dit besluit heeft herroepen door aan eiseres alsnog een verblijfssticker te verstrekken. Er is voldaan aan de voorwaarden van artikel 7:15, tweede en derde lid, Awb. Aan eiseres dient derhalve voor de kosten in verband met de behandeling van het bezwaar een vergoeding te worden toegekend. Beroep gegrond.

Rechters

Advocaten

Partijen

  • Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

    verweerder · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.