Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2006:AV7588

Rechtbank 's-Gravenhage · 14-02-2006 · zaaknummer AWB 05/50886

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Voorlopige voorziening / regulier / tijdsverloop in de asielprocedure. Verzoeker heeft op 14 oktober 1999 een (tweede) asielaanvraag ingediend, welke verweerder heeft afgewezen. Bij uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en nevenzittingsplaats van 7 juli 2005 is de afwijzing onherroepelijk geworden door gegrondverklaring van het beroep, onder instandlating van de rechtsgevolgen van de beslissing op het bezwaarschrift van 4 augustus 2004. Verweerder heeft bij besluit van 4 augustus 2004 ambtshalve een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking ‘tijdsverloop in de asielprocedure’ geweigerd. Onbetwist is dat niet binnen drie jaar onherroepelijk op de aanvraag van verzoeker is beslist. Evenmin is in geschil dat verzoeker in de periode tussen 10 augustus 2001, de datum waarop in de asielprocedure beroep is ingesteld en 1 januari 2003, de datum met ingang waarvan het driejarenbeleid is afgeschaft, rechtmatig verblijf heeft gehad. Partijen zijn echter verdeeld over de vraag of het verblijf van verzoeker in Nederland gedurende de periode 17 oktober 1999 c.q. 12 november 1999 tot 10 augustus 2001 rechtmatig is geweest. Vaststaat dat verweerder bij het primaire besluit van 17 oktober 1999 heeft bepaald dat verzoeker de behandeling van een in te dienen bezwaarschrift niet in Nederland mag afwachten. Met de gegrondverklaring van het beroep in de asielprocedure is de fase van bezwaar tegen het besluit van 17 oktober 1999 weer opengevallen. Nu verweerder bij schrijven van 29 juni 2004 verzoeker heeft meegedeeld dat hij het bezwaar in Nederland mag afwachten, is sprake van de situatie waarin krachtens de Vw 2000 uitzetting achterwege dient te blijven totdat op het bezwaarschrift is beslist, als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder h, Vw 2000. Het vorenstaande leidt tot het voorlopige oordeel dat verzoeker ook gedurende de periode van 12 november 1999, de datum van indiening van het bezwaarschrift, tot 10 augustus 2001 rechtmatig verblijf heeft gehad in de zin van C2/9 Vc 2000. De bepaling in het beleid dat de gegrondverklaring van een beroep tot gevolg heeft dat de tijd vanaf de datum van het beroepschrift als relevante tijd voor het bepalen van de driejarentermijn geldt, doet aan het vorenstaande niet af. Die bepaling geldt in de situaties als bedoeld in artikel 82, tweede, derde en vierde lid, Vw 2000, welke hier niet aan de orde zijn. Toewijzing verzoek.

Rechters

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.