ECLI:NL:RBSGR:2006:AV4387
Rechtbank 's-Gravenhage · 13-01-2006 · zaaknummer AWB 05/57717, e.v.
Inhoudsindicatie
Herhaalde aanvraag / AC-procedure. De omstandigheden van het geval in aanmerking nemend, bezien in het licht van de jurisprudentie van het EHRM inzake Saïd, 2345/02, is de rechtbank van oordeel dat verzoekers in voldoende mate aannemelijk hebben gemaakt dat de documenten niet voor het nemen van de besluiten in de eerdere asielprocedures konden, en derhalve moesten, worden overgelegd. De rechtbank stelt voorts vast dat de overgelegde documenten kunnen dienen ter onderbouwing van de verklaringen van verzoeker die hij in zijn eerste asielprocedure naar voren heeft gebracht. Naar het oordeel van de rechtbank kan niet op voorhand uitgesloten worden geacht dat de thans door verzoekers overgelegde stukken kunnen afdoen aan de eerdere beschikkingen van 19 mei 2004 en 13 september 2005 en de overwegingen waarop die beschikkingen rusten. Verzoeker beschikte destijds niet over enige vorm van documentatie ter staving van zijn stellingen dat hij ook na oktober 2003 nog problemen ondervond. Thans is dat anders. Niet kan dan ook al op voorhand worden gezegd dat de stukken niet kunnen afdoen aan de destijds door verweerder genomen beslissing inzake de geloofwaardigheid van dit aspect van verzoekers relaas. Daarnaast kan niet al op voorhand worden gezegd dat de stukken niet kunnen afdoen aan de in de eerdere beschikking neergelegde beslissing van verweerder inzake de zwaarwegendheid van het geloofwaardig bevonden deel van het relaas. De slotsom moet zijn dat de door verzoekers in dit geding overgelegde documenten als nieuwe feiten en omstandigheden in de zin van 4:6 Awb zijn aan te merken. Hieruit vloeit tevens voort dat verweerder ten onrechte de aanvragen van verzoekers met toepassing van artikel 4:6, tweede lid, Awb, in het AC heeft afgewezen. Verweerder had dienen over te gaan tot een hernieuwde inhoudelijke beoordeling van het asielrelaas, met inachtneming van de thans overgelegde documenten. Nu dit niet is geschied komen de bestreden besluiten voor vernietiging in aanmerking wegens strijd met artikel 4:6 Awb. Verweerder zal tot een inhoudelijke beoordeling van het asielrelaas dienen over te gaan, waarbij de nieuw ingebrachte documenten bij de beoordeling zullen dienen te worden betrokken. De rechtbank acht het thans niet opportuun om zich over de uitkomst van die beoordeling uit te laten, nu deze primair bij verweerder berust. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- C. Brand
- D. Gurses
- I. PROCESVERLOOP
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
