ECLI:NL:RBSGR:2006:AV4186
Rechtbank 's-Gravenhage · 27-02-2006 · zaaknummer AWB 06/08013
Inhoudsindicatie
Staandehouding / redelijk vermoeden van illegaal verblijf. Het proces-verbaal van staandehouding vermeldt dat er op 13 februari 2006 omstreeks 11.20 uur een controle plaatsvond in samenwerking met de milieupolitie en de Douane. Het betrof een controle op de bedrijfsmatigheid van de aanwezige en arriverende personen die aldaar containers kwamen laden en lossen. De rechtbank stelt vast dat uit het proces-verbaal niet duidelijk blijkt in welk kader verbalisant naar het identiteitsbewijs van eiser heeft gevraagd. Verweerders standpunt dat de controle in het kader van een strafrechtelijk traject plaatsvond, volgt niet eenduidig uit het proces-verbaal. Niet duidelijk is wat er is bedoeld met controle op bedrijfsmatigheid. Daarnaast is voor de rechtbank niet duidelijk geworden of en zo ja op welke wijze een dergelijke controle verband houdt met strafrechtelijke rechtshandhaving. De enkele vermelding dat de milieudienst en de douane bij deze controle betrokken waren maakt dit niet anders, nu daarmee nog steeds niet duidelijk is wat de aard en het doel van de controle was en op grond van welke wetten en wettelijke bevoegdheden het onderzoek in de haven heeft plaats gevonden. Nu verweerder, na hiertoe in de gelegenheid te zijn gesteld, geen nader proces-verbaal heeft overgelegd om zijn standpunt dat sprake is van een strafrechtelijk voortraject toe te lichten, stelt de rechtbank vast dat niet is gebleken dat voorafgaand aan eisers staandehouding het verzoek aan appellant om een identiteitsbewijs te tonen is gedaan ter controle op de naleving van andere wetten dan wel ter uitoefening van de politietaak. Hieruit volgt dat het ervoor moet worden gehouden dat de controle op de identiteit van eiser heeft plaatsgevonden in het kader van de uitoefening van de bevoegdheid neergelegd in artikel 50, eerste lid, Vw 2000. Zodanige controle kan evenwel eerst plaatsvinden, indien sprake is van een redelijk vermoeden van illegaal verblijf als bedoeld in dat artikel. Uit het proces-verbaal en ook overigens uit het dossier blijkt niet dat voorafgaand aan het verzoek aan eiser om een identiteitsbewijs te tonen een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bij verbalisant was ontstaan. Zoals eiser terecht heeft gesteld is het feit dat eiser geen Nederlands spreekt daartoe onvoldoende. Gelet hierop was de staandehouding van eiser op grond van artikel 50 Vw 2000 onrechtmatig. De maatregel is bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd te achten. Verweerder heeft geen bijzondere belangen gesteld op grond waarvan het niet nakomen van de uit artikel 50, eerste lid, Vw 2000 voortvloeiende verplichting niet aan de rechtmatigheid van de bewaring in de weg staat. Het hier geschonden voorschrift behelst een essentiële waarborgnorm ter voorkoming van discriminatoire bejegening van personen, terwijl eiser geen criminele antecedenten heeft en aan de maatregel in dit geval niet de gronden “verdenking van het plegen van een misdrijf”, “veroordeling terzake van een misdrijf” en/of “ongewenstverklaring” ten grondslag liggen. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- A.H. Kras
- I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET
- S. Guman
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
