ECLI:NL:RBSGR:2006:AV2324
Rechtbank 's-Gravenhage · 17-01-2006 · zaaknummer AWB 05/31318, 05/31320
Inhoudsindicatie
Artikel 8 EVRM / inmenging in gezinsleven / scheiding asiel en regulier. Eiser heeft een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning met als doel verblijf bij kind en arbeid in loondienst. In navolging van de uitspraak AWB 98/7660 van de rechtseenheidskamer van deze rechtbank van 11 maart 1999 vloeit naar het oordeel van de rechtbank uit de Afdelingsjurisprudentie niet voort dat slechts sprake kan zijn van inmenging als de in te trekken of niet te verlengen verblijfstitel is verleend met het oogmerk om gezinsleven mogelijk te maken. Bij de vraag of van inmenging sprake is, is niet doorslaggevend het doel waarvoor een eerdere verblijfstitel is verleend, maar de omstandigheid dat eerder een verblijfstitel is verleend, waardoor betrokkene feitelijk in staat was het gezinsleven uit te oefenen. Evenmin blijkt uit jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens dat zodanige omstandigheid enige rol van betekenis speelt. Het onderhavige besluit betreft geen intrekking of niet-verlenging van een verblijfstitel, maar dit kan niet in de weg staan aan het aannemen van inmenging in het recht op respect voor het gezinsleven. Gelet op de scheiding tussen asiel en regulier, die uit de systematiek van de Vw 2000 volgt, kon beoordeling van de toepasselijkheid van artikel 8 EVRM niet plaatsvinden in de (asiel)procedure over de niet-verlenging van de geldigheidsduur van eisers vvtv, maar was eiser voor de beoordeling van zijn aanspraken op grond van artikel 8 EVRM aangewezen op het indienen van een afzonderlijke reguliere aanvraag. Nu het gezinsleven met zijn zoon is ontstaan toen eiser in het bezit was van een verblijfstitel, ziet de onderhavige aanvraag feitelijk op voortgezet verblijf met als doel de uitoefening van het gezinsleven in Nederland te continueren. De toepasselijkheid van artikel 8 EVRM moet naar het oordeel van de rechtbank dan ook beoordeeld worden in de sleutel van inmenging in het recht op respect voor het gezinsleven. Nu verweerder slechts heeft beoordeeld of uit het recht op respect voor het gezinsleven een positieve verplichting tot verblijfsaanvaarding bestaat, is het besluit, gelet op verweerders beleid, gestoeld op een onjuiste belangenafweging. Beroep gegrond, afwijzing verzoek.
Rechters
Advocaten
- C.M. Lindeboom
- F. Fonville
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
