Place4Law · het juridische netwerkLive in Nederland · editie 2026
Place4Law: weegschaal, verbonden handen

ECLI:NL:RBSGR:2006:AV0977

Rechtbank 's-Gravenhage · 03-02-2006 · zaaknummer AWB 06/3736

Bestuursrecht; VreemdelingenrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn

Inhoudsindicatie

Mvv-vereiste / hardheidsclausule / asielgerelateerde omstandigheden / VWO-studente. Verweerder heeft de aanvraag van verzoekster van 30 november 2005 om verlening van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd met als doel “verblijf voor studie (te weten: afronden VWO-opleiding)” bij besluit van 12 januari 2006, uitgereikt op 18 januari 2006, afgewezen. Verzoekster heeft ter onderbouwing van het beroep op de hardheidsclausule onder andere aangevoerd dat zij haar verblijf in Kosovo en Servië en Montenegro niet kan laten registreren. Verweerder heeft in het bestreden besluit overwogen en in het bij gelegenheid van de zitting overgelegde verweerschrift gesteld en ter zitting nader uiteengezet dat deze problemen inzake het verblijf asielgerelateerd zijn en ingevolge hoofdstuk B1/2.2.1 Vc 2000 niet gelden als een zeer bijzondere omstandigheid die kan leiden tot een geslaagd beroep op de hardheidsclausule. De voorzieningenrechter acht deze motivering niet zonder meer toereikend, nu de stelling dat verzoekster zich niet kan laten registreren alsmede de stelling dat verzoekster in het land van herkomst geen toegang tot essentiële basisvoorzieningen kan verkrijgen verband houden met haar etnische afkomst en beide betrekking hebben op de mate waarin het voor verzoekster verantwoord en daarmee veilig is om bij de Nederlandse ambassade in Belgrado een mvv aan te vragen. Gelet hierop kunnen deze omstandigheden naar het oordeel van de voorzieningenrechter niet als enkel asielgerelateerd worden gekwalificeerd. Gelet hierop volgt de voorzieningenrechter verweerder evenmin in zijn stelling dat verzoekster niet aangevoerd zou hebben dat het onveilig is voor haar om een mvv in Belgrado aan te vragen, nu deze lezing te beperkt lijkt. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de motivering van het besluit mogelijk niet voldoet aan artikel 3:46 Awb. Het voorgaande oordeel betekent niet zonder meer dat dit aanleiding zou moeten zijn om de gevraagde voorziening toe te wijzen indien thans zou kunnen worden vastgesteld dat verweerder bij heroverweging van het bestreden besluit de geconstateerde rechtmatigheidsgebreken zou kunnen herstellen en met een verbeterde motivering tot eenzelfde beslissing zou komen. Naar voorlopig oordeel is daarvan geen sprake. Daartoe is redengevend dat niet kenbaar is geworden welke feiten en omstandigheden verweerder relevant heeft geacht in zijn besluitvorming. Geconstateerd is dat in ieder geval niet alle vanwege verzoekster genoemde omstandigheden daarbij zijn betrokken. Voorts kan uit hetgeen in het aanvullend bezwaar van 26 januari 2006 naar voren is gebracht en hetgeen verweerder daaromtrent heeft gesteld niet nu al worden geconcludeerd dat het onderzoek naar relevante feiten en omstandigheden en af te wegen belangen voltooid is. Ook verzoekster dient in de gelegenheid tot worden gesteld daartoe nadere feiten aan te dragen. Daaruit kan tevens worden afgeleid dat het voor dat hand ligt dat verzoekster op de voet van het bepaalde in artikel 7:2 Awb zal dienen te worden gehoord, alvorens op het bezwaar kan worden beslist. Toewijziging verzoek.

Rechters

Advocaten

Partijen

  • Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie

    verweerder · onbekend

Gemachtigden en juristen in deze zaak

In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.

Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.