ECLI:NL:RBSGR:2006:AV0734
Rechtbank 's-Gravenhage · 20-01-2006 · zaaknummer AWB 05/57129, 05/57971
Inhoudsindicatie
Opvang / herhaalde aanvraag / Richtlijn 2003/9 EG. Er is geen grond voor het oordeel dat verweerder in het geval van een herhaalde asielaanvraag de verstrekkingen niet had kunnen weigeren op grond van artikel 4, tweede lid, Rva 2005 wegens strijd met artikel 16, eerste lid, aanhef en onder a, Richtlijn 2003/9/EG. Er is evenmin grond voor het oordeel dat met artikel 4, tweede lid, Rva 2005 een onjuiste uitvoering is gegeven aan artikel 16, vierde lid en artikel 17 Richtlijn 2003/9/EG. Het beroep van verzoeker op artikel 16, vijfde lid, Richtlijn 2003/9/EG kan niet leiden tot de conclusie dat verweerder opvangvoorzieningen dient te verstrekken totdat is beslist op de gestelde herhaalde asielaanvraag. WBV 2006/1 biedt evenmin grond voor het oordeel dat verweerder verzoeker ten onrechte geen opvangvoorzieningen heeft verstrekt wegens een herhaalde asielaanvraag. Daargelaten of verzoeker die aanvraag daadwerkelijk heeft ingediend, staat in elk geval vast dat de IND (nog) niet heeft besloten dat de aanvraag niet binnen de aanmeldcentrumprocedure zal worden afgewezen. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt hoeven achten dat sprake is van een acute medische noodsituatie. Daarbij is van belang dat verzoeker op grond van artikel 10, tweede lid, Vw 2000 aanspraak kan maken op voortgaande behandeling, zoals blijkens de door verzoeker overgelegde verklaringen door zijn behandelend artsen noodzakelijk geacht. Dit betekent niet dat hij slechts recht heeft op medische zorg indien sprake is van een acute medische noodsituatie in levensbedreigende of invalidiserende situaties. Medisch noodzakelijke zorg omvat ook de zorg die noodzakelijk is om een levensbedreigende situatie te voorkomen. Uit de door verweerder verstrekte informatie blijkt dat artsen en hulpverleners in de eerstelijns zorg die medisch noodzakelijke zorg hebben verleend een beroep kunnen doen op de Regeling Stichting Koppeling. Het zogenaamde Koppelingsfonds vergoedt de kosten aan de arts of hulpverlener indien sprake is van medisch noodzakelijke zorg. Voor medisch noodzakelijke zorg verleend in ziekenhuizen kan de behandelend arts een beroep doen op de post ‘dubieuze debiteuren’ van het ziekenhuis die in samenspraak met de zorgverzekeraars wordt opgevoerd. Het is de behandelend arts of hulpverlener zelf die bepaalt of sprake is van medisch noodzakelijke zorg. Uit de door verzoeker overgelegde verklaringen van zijn behandelend artsen blijkt dat zij van oordeel zijn dat in het geval van verzoeker sprake is van medisch noodzakelijke zorg. Er is daarom geen grond voor het oordeel dat de medisch noodzakelijke zorg aan verzoeker op grond van artikel 10, tweede lid, Vw 2000 onvoldoende is gewaarborgd. Verzoeker heeft voorts niet aangetoond dat hij in de praktijk geen toegang krijgt tot de voor hem noodzakelijke zorg omdat zijn zorgverleners van oordeel zijn dat eerst sprake dient te zijn van een acute medische noodsituatie.
Rechters
Advocaten
- M. van Wensveen
- M.J.A. Leijen
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
