ECLI:NL:RBSGR:2006:AV0668
Rechtbank 's-Gravenhage · 24-01-2006 · zaaknummer AWB 05/58241
Inhoudsindicatie
Bewaring / vervolgberoep / artikel 5, vierde lid, EVRM / speedy trial. De rechtbank stelt vast dat na het instellen van beroep door eiser bij het Centraal Inschrijfbureau Vreemdelingenzaken op 30 december 2005 de zaak is verzonden naar de griffie van deze rechtbank, zitting houdende te Utrecht. Op 2 januari 2006 is bij de griffie te Utrecht de voortgangsrapportage ontvangen. Eisers reactie op de voortgangsrapportage is reeds op 3 januari 2006 door de griffie te Utrecht ontvangen. De behandeling van deze zaak heeft als gevolg van een misverstand eerst ter zitting van 23 januari 2006 plaatsgevonden. Tussen de dag van het instellen van beroep en deze uitspraak ligt een periode van 25 dagen. De omstandigheden van het onderhavige geval in aanmerking genomen, zijnde de genoemde organisatorische aspecten aan de zijde van deze rechtbank, zitting houdende te Utrecht, is de rechtbank van oordeel dat deze omstandigheden niet voor rekening van eiser kunnen worden gebracht. Aldus is de rechtbank van oordeel dat er geen sprake is geweest van een spoedige beoordeling als bedoeld in artikel 5, vierde lid, EVRM. Beroep gegrond.
Rechters
Advocaten
- G.A. Jansen
Partijen
Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie
verweerder · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
